1. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied en gedurende een door de burgemeester aangewezen periode, drinkgerei en/of verpakkingen van glas, blik of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic, kennelijk bestemd voor het nuttigen van dranken ter plaatse, bij zich te hebben of met zich mee te voeren.
2. Het college kan nadere regels stellen aangaande het bepaalde in het eerste en derde lid, waaronder regels over herbruikbare statiegeldbekers.
3. Het is een houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2:27, een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet, degene die een winkelbedrijf of slijtersbedrijf uitoefent, dan wel exploiteert op basis van een standplaatsvergunning of een marktstandplaatsvergunning als bedoeld in de artikelen 5:17 t/m 5:20 en welke inrichting, winkel, slijterij of exploitatie zich bevindt in een door de burgemeester aangewezen gebied, verboden dranken in door de burgemeester aangewezen verpakkingen en/of in drinkgerei van glas, blik of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic te verstrekken gedurende een door de burgemeester aangewezen periode.