1.. Vervoersvoorzieningen kunnen als verstrekking worden ingezet om de volgende resultaten te bereiken:

  • - Het zelfstandig lokaal verplaatsen per vervoermiddel.
  • - Het kunnen ontmoeten van mensen en het op basis daarvan aangaan van sociale relaties.

2.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving binnen een straal van 25 kilometer of enkele strategische, regionale punten (bijv (bus/metro)station).

3.. Bij vervoersvoorzieningen geldt het primaat1 Primaat is een gebruikelijke term binnen de Wmo 2015 en betekent voorrang of voorrangspositie van het collectief vervoer of het gebruik maken van een deelscootmobiel via de scootmobielpool.

4.. Op het collectief vervoer zijn de volgende criteria van toepassing:

  • - De voorziening collectief vervoer wordt alleen verstrekt in natura in de vorm van een taxipas, een pgb is hiervoor niet mogelijk.
  • - De taxipas geeft de cliënt de mogelijkheid om maximaal 2000 km per jaar gebruik te kunnen maken van de regiotaxi voor regulier vervoer of rolstoeltaxivervoer.
  • - Als de cliënt naast de taxipas voor collectief vervoer ook gebruik kan maken van een hulpmiddel of vervoersmiddel om korte tot middellange afstanden te overbruggen ten behoeve van de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, wordt cliënt in staat gesteld om maximaal 1000 km te reizen met de taxipas.
  • - Indien de cliënt gemotiveerd aangeeft dat het aantal kilometers zoals bedoeld onder b en c van dit artikellid, niet volstaat dan kan cliënt in staat worden gesteld om meer kilometers met de taxipas te reizen.
  • - De pashouder betaalt tarieven, die vergelijkbaar zijn met de tarieven van het openbaar vervoer per kilometer.
  • - Uitgangspunt is dat 25 kilometer voldoende is voor lokale verplaatsingen.
  • - Een cliënt maakt tenminste 1 maal in een aaneengesloten periode van 6 maanden gebruik van het collectief vervoer.

5.. Een begeleiderspas bij een vervoersvoorziening wordt alleen toegekend als cliënt:

  • - agressief gedrag vertoont;
  • - dwaalgedrag vertoont;
  • - afhankelijk is van medische handelingen tijdens de rit.

6.. Voor verstrekking van een scootmobiel gelden de volgende aanvullende voorwaarden:

  • - de cliënt moet in staat zijn zelfstandig op en van de scootmobiel te stappen;
  • - cliënt is in staat om –na instructie- op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel en indien nodig na het afleggen van een rijvaardigheidstoets;
  • - de cliënt heeft een substantiële vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern;
  • - de beperkingen zijn langdurig van aard en de vervoersbehoefte is vrijwel dagelijks;
  • - er moet een brandveilige en afgesloten stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden.

7.. Om in aanmerking te komen voor een handbike gelden de volgende aanvullende voorwaarden:

  • - cliënt is aangewezen op een rolstoel;
  • - cliënt is niet in staat zich met behulp van een handbewogen (sport) rolstoel over een redelijke afstand (1500 meter) binnen redelijke tijd te verplaatsen;
  • - cliënt heeft de voorziening nodig in verband met specifieke verplaatsingsbehoeften boven de 1500 meter, die niet anderszins kan worden opgelost;
  • - er dient een substantiële toegevoegde waarde te zijn als de handbike als verplaatsingsvoorziening in en om de woning of voor grotere afstanden wordt verstrekt.
  • - als andere hulpmiddelen voor verplaatsingen op middellange afstanden beschikbaar zijn, wordt geen handbike toegekend.