De burgemeester past cameratoezicht op openbare plaatsen toe in twee vormen, te weten structureel en tijdelijk. De keuze voor de toe te passen vorm van cameratoezicht is afhankelijk van de aard, ernst en duur van de problematiek binnen het betreffende gebied.
Structureel cameratoezicht wordt toegepast in openbare gebieden die daartoe expliciet zijn aangewezen in artikel 2:77A van de APV. Indien de burgemeester van oordeel is dat structureel toezicht noodzakelijk is op een locatie die nog niet als zodanig is aangewezen, vraagt hij zoals beschreven in artikel 2:77C lid 1 van de APV instemming van de gemeenteraad door een gemotiveerd voorstel in te dienen tot wijziging van artikel 2:77A van de APV. Een dergelijk voorstel komt slechts in aanmerking wanneer sprake is van herhaaldelijke overlast of een structureel patroon van strafbare feiten, de aanhoudende aanwezigheid van ernstige overlast leidt tot een blijvende verstoring van de openbare orde, én wanneer aanvullende toezichtmaatregelen noodzakelijk worden geacht ter bescherming van de leefbaarheid en veiligheid binnen het betreffende gebied.
Tijdelijk cameratoezicht, zoals bedoeld in artikel 2:77D van de APV, wordt uitsluitend ingezet in situaties waarin sprake is van een acute of dreigende verstoring van de openbare orde, en waarbij onmiddellijk aanvullende maatregelen nodig zijn om deze verstoring te voorkomen dan wel te beëindigen. De burgemeester kan hiertoe besluiten in uiteenlopende omstandigheden. Zo kan tijdelijk toezicht worden ingesteld voorafgaand aan, tijdens of na afloop van evenementen of betogingen, indien wordt verwacht dat een grote toeloop van bezoekers, dan wel specifieke omstandigheden of acties, aanleiding kunnen geven tot verstoringen van de openbare orde.
Tevens kan tijdelijk cameratoezicht worden toegepast op locaties waar feitelijk sprake is van ernstige wanordelijkheden, dan wel een concrete vrees daarvoor bestaat, en andere beschikbare maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn gebleken. Tot slot kan tijdelijk cameratoezicht worden ingezet in situaties waarbij er sprake is van langdurige en ernstige overlast en andere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad.
Voor de inzet van tijdelijk cameratoezicht is geen voorafgaande instemming van de gemeenteraad vereist. Voordat het besluit tot de inzet van tijdelijk cameratoezicht wordt genomen voert de burgemeester hierover overleg met de officier van justitie zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid van de Politiewet 2012.
Hoofdstuk
Artikel 7
De vormen van cameratoezicht
Onderdeel van Beleidsregel cameratoezicht handhaving openbare orde gemeente Apeldoorn 2025