Ieder kind in de gemeente Bergeijk heeft recht op gelijke ontwikkelkansen door goede kinderopvang en onderwijs, zeker kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte en ontwikkelachterstand.

Passend onderwijs richt zich niet op de beperkingen, maar kijkt naar wat het kind (of groepen kinderen) nodig heeft (hebben). Daarbij is aandacht voor inclusiviteit op het gebied van cognitief, sociaal en fysieke vlak. Alle betrokken organisaties (schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente) dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit hun taakbetrokkenheid.

Het uitgangspunt is inclusiever en zo thuisnabij mogelijk. Wanneer extra ondersteuning nodig is, wordt dit zo thuisnabij mogelijk aangeboden.

Dit betekent dat zoveel als mogelijk de expertise naar de scholen wordt gebracht in plaats van de kinderen naar speciale voorzieningen. Bijvoorbeeld specialistische expertise en zorg in het reguliere onderwijs. In deze gedachte staat de ontwikkeling van het kind voorop. Vanuit de ontwikkeling van het kind betekent dit soms ook dat kinderen juist beter tot ontwikkeling komen op een speciaal (basis)onderwijsvoorziening. Dit kan tijdelijk van aard zijn, maar ook structureel. Deze voorzieningen blijven dan ook voor een bepaalde doelgroep benodigd.

Inclusiever en passend onderwijs en kinderopvang heeft ook gevolgen voor de huisvesting. Het vraagt om andere typen ruimten (zie tekstkader hiernaast), maar ook de inrichting en toegankelijkheid van deze ruimten speelt een grote rol (prikkelarm, materiaalgebruik et cetera).

Voor passende kinderopvang wordt naast de inrichting van ruimten ook gekeken naar expertise van professionals en meer professionals op een groep kinderen. De passende kinderopvang sluit aan bij het onderwijs vanuit de doorgaande ontwikkellijn van kinderopvang naar onderwijs.

Denkrichting: extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs

De ontwikkeling van inclusiever en passend onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat om diversiteit aan werkplekken, spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (mindervalidentoilet, douche, interventieruimte et cetera). Dit om meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband).

In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Het schoolbestuur kan – bij nieuwbouw, uitbreiding of renovatie - een goede onderbouwing aanleveren, waaruit blijkt dat er behoefte is aan extra vierkante meters. Na overleg met de gemeente wordt gezamenlijk besloten of dit aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

De investering van deze ‘extra meters’ wordt - na akkoord van de gemeente - gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. Indicatief kan per primair onderwijsvoorziening gedacht worden aan 5% aanvullende ruimtebehoefte.

NB: Het biedt de ruimte om ‘boven-normatief’ te denken en ook maatwerk te leveren. Per project wordt de afweging gemaakt of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren en welke kansen multifunctioneel ruimtegebruik biedt zonder investering in extra meters. Hierbij wordt ook de kinderopvang betrokken als samenwerkingspartner in een gebouw.

Nieuwkomersonderwijs

Ook nieuwkomers moeten aansluiting vinden in het onderwijs- en kinderopvangsysteem in Bergeijk. De visie is om deze leerlingen thuisnabij naar school te laten gaan. Op dit moment is het mogelijk om de opvang van nieuwkomers te realiseren binnen de bestaande capaciteit, mede dankzij de 5% extra ruimte die is toegekend voor inclusief onderwijs. Indien het aantal nieuwkomers echter aanzienlijk toeneemt, zal er opnieuw overleg moeten plaatsvinden om te bepalen of aanvullende maatregelen of voorzieningen noodzakelijk zijn.

De actuele ontwikkelingen in Metropoolregio Eindhoven zullen naar verwachting ook leiden tot een toename van het aantal nieuwkomers die een beroep zullen doen op NT2-onderwijs. Het is daarmee één van de extra voorzieningen die noodzakelijk zijn om de regionale groei te faciliteren. In het Beethoven convenant (2024) erkennen Rijk en regio dat de beoogde groei van de Brainport Eindhoven exceptioneel is. Daarom is afgesproken een verkenning uit te voeren naar de sociaal-maatschappelijke opgaven in de regio waaronder faciliteiten als onderwijshuisvesting. Voorzieningen voor nieuwkomersonderwijs zullen worden ingebracht in deze verkenning die de input vormt voor het verdere gesprek met het Rijk om te komen tot afspraken op het brede voorzieningenniveau in de regio.