Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik, is het van belang om huisvesting te realiseren die flexibel mee kan bewegen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag en het onderwijs- en kinderopvangconcept. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel gebruik door bijvoorbeeld de buitenschoolse opvang (bso) of door andere gebruikers na schooltijd.
Het realiseren van flexibele huisvesting vraagt in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of renovatie rekening te houden met:
- - De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw voor onderwijs en-/of kinderopvang. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw.
- - Toekomstige (interne) aanpasbaarheid voor onderwijs en-/of kinderopvang. Bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp, technische vernieuwing en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing zo veel mogelijk te voorkomen.
- - De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst (gedeeltelijk of volledig) te transformeren naar een andere functie. In geval van gedeeltelijke transformatie dan gaat dit niet ten koste van de functionaliteit voor het onderwijs en de kinderopvang.
Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040
De Brainportregio, waarin de vier Kempengemeenten Reusel-De Mierden, Eersel, Bladel en Bergeijk liggen, is aan het groeien. Er liggen grote opdrachten om te zorgen voor meer woningen, goede voorzieningen, het verbeteren van de bereikbaarheid en het welzijn van de inwoners. Deze groei heeft ook gevolgen voor het landschap en het klimaat.
Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040 bevat de gezamenlijke ambitie van de vier Kempengemeenten. Ten aanzien van woningbouw betekent dit het volgende:
- - De gemeente Bergeijk zet in op het realiseren van 3.000 woningen tot 2040, een deel hiervan is al behoefte zonder de ontwikkelstrategie en een deel is om de groei te faciliteren.
- - De woningen worden verdeeld over alle kernen naar rato van de eigen behoefte, het meerdere boven de eigen behoefte is gepland in Riethoven en de hoofdkern Bergeijk.
Bij het opstellen van de leerlingenprognoses zijn de autonome woningbouwplannen van de gemeente Bergeijk meegenomen. De groeispurt is echter (nog) niet verwerkt, omdat op dit moment onduidelijk is hoe deze ontwikkeling zich precies zal vertalen naar de regio en welke doelgroepen zich in Bergeijk zullen vestigen.
Voor nu is hier op twee manieren op ingespeeld:
- - In de planontwikkeling wordt geanticipeerd op mogelijke toekomstige groei.
- - Er is extra ruimte voorzien voor inclusief en passend onderwijs.
De verwachting is dat bij een actualisering van het IHP meer duidelijkheid zal zijn over de ontwikkelrichting van de regio en specifiek voor Bergeijk. Daarbij geldt dat de verwachting is dat de behoefte aan onderwijshuisvesting de komende jaren zal groeien.
Krimp en groei
Indien een situatie ontstaat waarbij een onderwijsvoorziening te maken heeft met leegstand, dan bepaalt de onderwijsorganisatie zelf in hoeverre leegstand een (financieel) probleem is. Het college behoudt zich het recht voor om te vorderen onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting basisonderwijs Bergeijk 2022. Indien de leegstand structureel is, dient in afstemming met de gemeente een plan opgesteld te worden om de leegstand terug te dringen. Deze plannen dienen afgestemd te zijn op de (maatschappelijke) toekomstige behoeften en ontwikkelingen binnen een gebied 6 In de uitwerking van de scenario’s wordt de gemeente Bergeijk verdeeld in gebieden. Voor de hoofdkern Bergeijk kunnen dit deelgebieden zijn. Daarnaast wordt per kern gekeken. . Het uitgangspunt is niet te bouwen voor leegstand. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen bekostigd zijn of worden met maatschappelijke middelen. Investeringen worden daarom beargumenteerd en maatschappelijk verantwoord gepleegd. In lijn met de ambitie om op locaties doorlopende leerlijnen en kindcentra te realiseren, dient bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen vanzelfsprekend ook te worden gekeken naar het inpassen van kinderopvangfuncties en/of overige kindpartner.
Gelijkwaardigheid onderwijs en kinderopvang
In kindcentra zijn onderwijs en kinderopvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest. Dit betekent dat bij groei van het onderwijs de kinderopvang niet hoeft te wijken, maar dat in overleg tussen gemeente, onderwijs en kinderopvang wordt gezocht naar passende oplossingen. Deze aanpak maakt maatwerk per kindcentrum mogelijk, met als doel de continuïteit van een duurzame, inhoudelijke samenwerking te waarborgen.