De burgemeester kan de exploitatievergunning intrekken:

  • - indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
  • - indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 9 onder e;
  • - indien in strijd wordt gehandeld met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperking;
  • - indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;
  • - indien de vrees gewettigd is dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
  • - indien het KEMA-keurcertificaat wordt verloren door de ondernemer.