Pgb-budgetplan

De inwoner dient voor het pgb een budgetplan in voor de maatwerkvoorzieningen Begeleiding en/of Huishoudelijke ondersteuning. Hierin onderbouwt de inwoner hoe het pgb wordt besteed en hoe met de gestelde eisen aan een pgb wordt omgegaan.

De inwoner dient zich gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld budgetplan, op het standpunt te stellen dat hij een maatwerkvoorziening als pgb wenst. De casemanager Wmo beoordeelt of dit budgetplan voldoet. Door het opstellen van een budgetplan wordt de inwoner gestimuleerd na te denken over zijn zorgvraag, deze uit te werken en te concretiseren en ook het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg te evalueren.

Pgb-onderzoek

Als de noodzaak (en de aard en omvang) van een maatwerkvoorziening is vastgesteld, volgt het pgb-onderzoek. Hierbij is de zorgverlener niet aanwezig. In het gesprek bespreekt de casemanager Wmo of de inwoner (al dan niet met hulp van een vertegenwoordiger) voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb. Tijdens het onderzoek wordt ook gekeken of er sprake is van belangenverstrengeling. Een voorbeeld hiervan is als het verlenen van de ondersteuning en het beheren van het budget plaatsvindt door dezelfde persoon.

In het onderzoek worden in ieder geval de volgende 2 aspecten beoordeeld:

  • - pgb-vaardigheid van de inwoner en/of de eventuele vertegenwoordiger;
  • - de kwaliteit van de in te kopen maatwerkvoorziening.

Ad 1 Pgb-vaardigheid van de inwoner en/of de eventuele vertegenwoordiger

Een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt als de inwoner naar het oordeel van het college in staat is om, eventueel met behulp van derden, het pgb doeltreffend te besteden en de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De pgb-vaardigheden van een inwoner worden onder andere door middel van het budgetplan en de pgb-vaardigheidsgesprek getoetst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het ’10 punten pgb-vaardigheden’ middel van het ministerie van VWS. De inwoner wordt getoetst op pgb-vaardigheid om aan te tonen dat het pgb goed beheerd kan worden.

De toetsing gebeurt aan de hand van onderstaande 10 punten.

  • - De inwoner heeft een duidelijk beeld van de eigen zorgvraag.
  • - De inwoner is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb, of hij/zij weet die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden. Hij/wij weet welke regels er horen bij een pgb.
  • - De inwoner is in staat om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, waardoor hij/zij inzicht heeft in de bestedingen van het pgb.
  • - De inwoner is voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor, de SVB en zorgverleners.
  • - De inwoner is in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen.
  • - De inwoner is in staat om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan verstrekkers van het pgb.
  • - De inwoner kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is.
  • - De inwoner kan de inzet van zorgverleners coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte.
  • - De inwoner is in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren.
  • - De inwoner heeft voldoende (juridische) kennis over het werk- of opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden.

Ad 2. De kwaliteit van de in te kopen maatwerkvoorziening

De kwaliteit van de maatwerkvoorziening die ingezet wordt door een pgb moet van overeenkomstige kwaliteit zijn als de maatwerkvoorziening in zorg in natura. Als van toepassing moet gemotiveerd in het budgetplan beschreven worden op welke wijze deze kwaliteit (veilig, doeltreffend en op de persoon gericht) geborgd is. Het college toetst periodiek de voortgang en de mate waarin de resultaten worden bereikt.

Bijlage 1 bevat kwaliteitseisen voor zowel zorg in natura als pgb aanbieders.