Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1

Beoordelingsfactoren gebruikelijke hulp

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp 2025 gemeente Maashorst

Om te bepalen of en in welke mate er sprake is van bovengebruikelijke hulp, moet eerst de gebruikelijke hulp in kaart worden gebracht. In Bijlage 2 is een referentiekader opgenomen voor de gebruikelijke hulp van ouders/verzorgers voor jeugdigen/kinderen zonder beperkingen. Bij het bepalen of er sprake is van gebruikelijke hulp, wordt naast de algemene richtlijnen rekening gehouden met: Leeftijd van de Jeugdige Bij de beoordeling of er sprake is van gebruikelijke hulp, worden verschillen tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie in acht genomen. Gezonde jeugdigen kunnen namelijk ook verschillen in de hulpvraag die zij hebben. In Bijlage 2 is een overzicht te vinden van de gebruikelijke hulp van ouders/verzorgers voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen. Voorbeeld gebruikelijke hulp: Een kind van 4 jaar dat overdag niet zindelijk is en ondersteuning nodig heeft. Het is namelijk niet altijd het geval dat een kind van 4 zindelijk is. Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: Het verschonen van een 12-jarig kind kan als bovengebruikelijke hulp worden gezien. Het is namelijk niet gebruikelijk dat een kind van 12 nog verschoond moet worden. Aard van de hulphandelingen Als het kind de hulphandelingen zelfstandig kan uitvoeren, vallen deze altijd onder gebruikelijke hulp. Dit geldt ook als daarbij toezicht of aansturing nodig is. Handelingen die niet standaard bij alle kinderen voorkomen, kunnen ook onder gebruikelijke hulp vallen, mits ze een gebruikelijke hulphandeling vervangen. Voorbeeld gebruikelijke hulp: Het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen. Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: Een blijvende noodzaak voor de (volledige) overname van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) van een kind vanaf ongeveer 5 jaar, gecombineerd met blijvende beperkingen in de sociale redzaamheid en cognitief functioneren. Frequentie en patroon van hulphandelingen Gebruikelijke hulp omvat hulphandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse hulp aan een kind, zoals drie keer per dag eten. Voorbeeld gebruikelijke hulp: Het geven van medicatie bij het ontbijt en naar bed gaan. Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: Het voeden van een kind via een sonde dat vaker moet gebeuren dan de normale eet- en drinkmomenten. Tijdsomvang van de hulphandelingen De benodigde tijd voor hulphandelingen speelt een rol bij de bepaling of er sprake is van gebruikelijke hulp. Voorbeeld gebruikelijke hulp: Het aankleden van een kind met een arm of been in het gips. De extra tijd die hiervoor nodig is, valt onder gebruikelijke hulp. Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: De extra tijd die nodig is bij het aankleden en wassen van een 3-jarig kind met spasticiteit. De extra tijd bovenop wat als gebruikelijk wordt beschouwd, kan worden aangemerkt als bovengebruikelijke hulp.

Rechtspraak bij dit artikel