Problemen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen of in een vroeg stadium worden onderkend. Gemeenten hebben een wettelijke taak m.b.t. jeugdpreventie vanuit de Wet publieke gezondheidszorg (Wpg) en de Jeugdwet, en zijn verantwoordelijk voor de lokale invulling en uitvoering hiervan. Meer preventie is een belangrijk doel van een van de transformatiedoelen in de Jeugdwet. Het gemeentelijk preventieve beleid dient gericht te zijn op het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, ouders die elkaar kunnen ontmoeten, wijken, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen en integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders.

Er zijn drie preventieniveaus:

  • - Universele preventie richt zich op alle kinderen en jongeren en hun opvoeders. Het doel is een gezonde ontwikkeling te bevorderen en problemen te voorkomen.
  • - Selectieve preventie richt zich op groepen kinderen, jongeren en opvoeders met een verhoogd risico op problemen. Het doel is deze jongeren extra te ondersteunen en risico’s te verminderen, bv. d.m.v. collectieve trainingen.
  • - Geïndiceerde preventie richt zich op individuele kinderen, jongeren en opvoeders met een verhoogd risico op problemen, en op jeugdigen en opvoeders met een (beginnend) probleem. Het doel is om deze problemen te signaleren en aan te pakken, voordat ze verergeren.

Onder preventie vallen collectieve voorzieningen, maar ook de lokale CJG-teams, huisartsen en lichte vormen van jeugdhulp (zonder beschikking). Preventief werken gaat echter niet alleen over wat er gebeurt voorafgaand een inzet van jeugdhulp; ook tijdens de gespecialiseerde jeugdhulp vanuit het CJG+, de jeugdhulpaanbieders, Veilig Thuis, Jeugdbescherming (JB), Jeugdreclassering (JR) wordt er preventief gewerkt. Het onderscheid tussen preventie, toegang en jeugdhulp is niet zwart-wit.

In de Kempen zien we pedagogische hulp en lichte opvoedondersteuningsvragen, bv. maatschappelijk werk, jongerenwerk, signalering, toeleiding naar specialistische jeugdhulp, vroeg- en voorschoolse educatie en onderwijsachterstandsvoorzieningen en coördinatie van zorg en vraagverheldering niet als jeugdhulp en behoort dit bij preventie of toegangstaken. Omdat zowel preventie als toegang én jeugdhulp bij gemeenten is belegd, kunnen deze in samenhang worden georganiseerd.

De organisatie en uitvoering van preventie vindt zowel plaats binnen de lokale gemeenten als binnen het CJG+ en vanuit andere partners. Gemeenten organiseren dit aanbod d.m.v. subsidie/inkoop bij partners en sluiten aan bij landelijke opdrachten zoals het Gezond Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Ook werken de Kempengemeenten samen in het programma Kempenbranie (OKO: opgroeien in een kansrijke omgeving) dat bijdraagt aan de doelen die we in dit MJBK hebben geformuleerd. Het CJG+ de Kempen biedt onder andere collectieve preventieve trainingen. De verantwoordelijkheden m.b.t. het preventieve aanbod zijn dus versnipperd waardoor er goede afstemming nodig is tussen gemeenten, CJG+ en andere partners in het belang van een samenhangend geheel. Gewenste wijzigingen in het preventieve aanbod dienen daarom door zowel gemeenten als CJG+ de Kempen vooraf afgestemd te worden met elkaar.

Om de doelen in dit MJBK te bereiken is een voorwaarde dat de Kempengemeenten een gelijk (basis)aanbod hebben vanuit een gezamenlijke visie dat past in de driehoek preventie, toegang en hulp. Daarbij wordt rekening gehouden met de lokale leefomgeving en sociale basis in iedere individuele gemeente. Het jeugdhulplandschap en de toegang naar hulp is in de vier gemeenten al gelijk. Voor een samenhangend geheel van preventie, toegang en jeugdhulp moet het preventieve aanbod tot op een bepaalde hoogte ook gelijk zijn (basisaanbod). Extra inzet op basis van lokale wensen bovenop de basis blijft mogelijk maar jeugdigen moeten in elke gemeente wel dezelfde kansen hebben. Ze bewegen zich ook tussen de gemeenten en verblijven niet alleen in hun eigen woonplaats. Ook de inperking van de Jeugdwet en aangekondigde minimaal op te nemen aanbod aan basis- voorzieningen (in gemeentelijke verordening) zal voor meer uniformiteit zorgen. Meer uniformiteit in het aanbod moet ook bijdragen aan meer verbinding en een betere samenwerking tussen de professionals (en vrijwilligers) die het preventieve aanbod uitvoeren.

We willen in het kader van preventie ook bereiken dat specialistische kennis m.b.t. preventief werken vanuit hogere niveaus ook beschikbaar is op andere niveaus. Dit moet leiden tot een betere verbinding tussen professionals, meer kennisuitwisseling, domeinoverstijgende samenwerking tussen verschillende professionals in het lokale en regionale veld en het meer spreken van een gezamenlijke taal die aansluit bij de (vraag van) de inwoner. Het uiteindelijke doel is dat onze inwoners vaker vanuit de sociale basis antwoorden vinden.

Wat gaan we anders doen:

  • - Het jongerenwerk vanuit een Kempische visie positie geven binnen het preventieve veld.
  • - Het preventieve aanbod meer uniformeren.
  • - Specialistische expertise meer naar voren halen om kennis aan de voorkant te versterken. Dit doen we door de consultatiefunctie voort te zetten/te verstevigen.