Om (bij) te kunnen sturen, is betrouwbare data onmisbaar. Monitoring helpt om trends en knelpunten vroegtijdig te signaleren, effecten van beleid te meten en onderbouwde keuzes te maken. Hier zien we een duidelijke verbeterslag. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 hebben we drie hoofddoelen waar we ons gedurende de looptijd van het beleidskader op gaan richten.
- - Preventie
We dragen bij aan een sterke, zoveel mogelijk voor zichzelf zorgende, samenleving, door het faciliteren en organiseren van gerichte activiteiten/ondersteuning met de focus op preventie en samenredzaamheid.
- - Jeugdhulp
We bieden kwalitatief goede en betaalbare jeugdhulp die snel beschikbaar is voor kinderen en gezinnen die het nodig hebben.
- - Veiligheid
We dragen zorg voor een omgeving waarin jeugdigen zo veilig mogelijk kunnen opgroeien.
Deze doelen worden in dit hoofdstuk uitgewerkt tot concrete doelstellingen en/of inspanningsverplichtingen met bijbehorende streefwaarden voor de komende vier jaar. De voortgang wordt gemonitord door een combinatie van de indicatoren “tellen en vertellen”. Een indicator geeft informatie over de resultaten van de beleidsdoelstellingen. We maken dus gebruik van een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren om een compleet beeld te kunnen schetsen.
De specifieke uitwerking van de manier waarop uitvoering gegeven wordt aan de doelstellingen komt terug in het uitvoeringsplan. Daar wordt ook een koppeling gemaakt met de strategieën.
De evaluatie is gebaseerd op indicatoren uit diverse bronnen. De beschikbaarheid hangt af van de meetfrequentie van uitvoerende partijen, zoals de GGD. Indicatoren van het CJG+ zijn ofwel direct beschikbaar of zijn in ontwikkeling. Daardoor is het (nog) niet mogelijk gebleken om bij alle indicatoren een 0-meting te formuleren. Omdat het gaat om een kempisch beleidskader zijn de data weergegeven op Kempenniveau.
Door gericht te werken aan deze doelen streven we naar onderstaande maatschappelijke resultaten, waarmee we het positieve effect op de samenleving als geheel meten. In de Kempengemeenten:
- - voelen meer jeugdigen zich fysiek en mentaal gezond;
- - staan ouder(s)/verzorger(s) steviger in hun rol en beschikken zij over de nodige opvoedvaardigheden;
- - is het normaal om met elkaar over mentaal welzijn en opvoeden/opgroeien te praten;
- - doorlopen kinderen een zoveel mogelijk doorgaande ontwikkel- en leerlijn;
- - is er zo min mogelijk wachttijd met betrekking tot toegang tot jeugdhulp;
- - ervaren jeugdigen en gezinnen een goede aansluiting en samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs;
- - is het lokale aanbod op het gebied van preventie en lichte opvoedondersteuning een integraal en overzichtelijk geheel;
- - groeien meer jeugdigen veilig en zo thuis nabij mogelijk op;
- - groeien meer jeugdigen op in een kansrijke omgeving;
- - weten jeugdigen en ouders in kwetsbare situaties hoe ze toegang kunnen krijgen tot ondersteuning, kunnen zij laagdrempelig hun hulpvraag stellen en ontvangen snel passende hulp als dat nodig is.