De toekomst van Bernheze is energiezuinig en klimaatbewust. We werken toe naar een gebouwde omgeving die in 2050 volledig energieneutraal en aardgasvrij is.
Dat vraagt om samenwerking, innovatie en investeringen in zowel nieuwbouw als bestaande woningen. We ondersteunen inwoners en corporaties bij isolatie, zonnepanelen en duurzame installaties. Door te sturen op beleid, subsidies en prestatieafspraken brengen we de energietransitie in een hogere versnelling.
A. Vergunningscriteria voor energieneutrale nieuwbouw
Doel:
De versnelling van de verduurzaming van de woningvoorraad en het voorkomen van energiearmoede door vanaf 2027 alleen nog vergunningen te verlenen voor gebouw gebonden energieneutrale nieuwbouwwoningen.
Beschrijving:
We stellen een nieuwe norm: bouwplannen moeten minimaal gebouw gebonden energieneutraal zijn. Dat betekent dat alle energie voor verwarming, koeling en ventilatie wordt opgewekt op of aan de woning. Deze maatregel zorgt ervoor dat:
nieuwe woningen geen extra energievraag veroorzaken;
bewoners profiteren van lage energielasten en meer wooncomfort;
de gemeente voorkomt zo dat er woningen worden gebouwd die later alsnog verduurzaamd moeten worden.
Kader & Uitvoering:
Omgevingsplan: we nemen een algemene regel op van ruimtelijk bouwen in het Omgevingsplan die stelt dat voor alle nieuwbouwwoningen een energieprestatie (EP) eis van EP ≤ 0 geldt. Deze eis wordt gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor bouwen; een aanvraag die niet aan deze eis voldoet, wordt in principe niet ontvankelijk verklaard. We hanteren de landelijke definitie van 'gebouwgebonden energieneutraal' zoals vastgelegd in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL).
Praktijkvoorbeeld
Situatie: Een projectontwikkelaar wil in Bernheze een plan indienen voor 40 nieuwbouwwoningen.
Stap 1 – Toets bij aanvraag
De ontwikkelaar levert samen met de vergunningaanvraag een concept energieprestatieberekening (BENG) aan. Daarin moet staan dat elke woning: Nul-op-de-meter is voor gebouwgebonden energie, dus verwarming, koeling en ventilatie worden volledig opgewekt op of aan de woning (bijv. via warmtepomp + PV-panelen).
Stap 2 – Gemeente toetst
De gemeente controleert of het ontwerp voldoet:
Heeft elk huis voldoende zonnepanelen of collectieve opwek?
Zijn de installaties goed doorgerekend (warmtepomp, WTW, isolatie)?
Wordt er gerekend met realistische verbruiksprofielen?
Stap 3 – Vergunningverlening
Als het plan voldoet, krijgt het project een omgevingsvergunning.
Als het plan niet voldoet (bijvoorbeeld alleen label A+ woningen, maar niet energieneutraal), dan weigert de gemeente de vergunning. De ontwikkelaar moet het plan aanpassen voordat het door kan.
Stap 4 – Effect in de praktijk
Voor de bewoner betekent dit: géén energielasten meer voor verwarming, koeling en ventilatie. Alleen elektra voor apparaten/verlichting moet nog van het net komen.
Voor de gemeente betekent dit: structureel hogere kwaliteit van de woningvoorraad, en minder risico op energiearmoede.
Voor de ontwikkelaar betekent dit: rekening houden met extra bouwkosten (ca. € 10.000–15.000 per woning), maar ook met hogere verkoopwaarde omdat de woningen toekomstbestendig zijn.
B. Zonoriëntatie als ontwerpprincipe
Doel:
Het verbeteren van de energieprestatie en duurzaamheid van nieuwbouwwoningen door in stedenbouwkundige ontwerpen rekening te houden met zonoriëntatie. Dit verlaagt de energievraag, verhoogt het wooncomfort en vergroot de opbrengst van zonnepanelen.
Beschrijving:
Een woning die goed op de zon is gericht, gebruikt minder energie en biedt meer comfort. Door woningen oost-west of zuidgericht te positioneren, benutten we zonlicht optimaal voor passieve verwarming en voor zonnepanelen. Zonoriëntatie wordt een vast onderdeel van ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ontwerp in Bernheze.
Kader & Uitvoering
Binnen de planvorming wordt het volgende advies meegegeven aan ontwerpers en ontwikkelaars:
“Het wordt geadviseerd woningen zo te situeren dat ten minste één groot dakvlak geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen en dat bij voorkeur minimaal 70% van het dakoppervlak tussen 9:00 en 17:00 uur zoninstraling ontvangt.”
Dit advies ondersteunt het realiseren van energiezuinige en toekomstbestendige woningen.
C. Energieneutrale en aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050
Doel:
Het realiseren van een energieneutrale gebouwde omgeving zonder aardgas in 2050. Dit draagt bij aan de landelijke klimaatdoelen, verhoogt het wooncomfort en zorgt voor een duurzame en toekomstbestendige woonomgeving.
Beschrijving:
We zetten in op een stapsgewijze verduurzaming van zowel nieuwbouw als bestaande woningen. Energieneutrale nieuwbouwwoningen wekken hun energie zelf op via zonnepanelen, warmtepompen of warmtenet en hebben goede isolatie. In de bestaande bouw stimuleren we energiebesparing via subsidies, advies en samenwerking met corporaties en zetten we in op het aardgasvrij maken van woningen. Zo maken we de woningvoorraad toekomstbestendig en verminderen we structureel de CO₂-uitstoot.
We sluiten aan bij de Zero Emission Building (ZEB) richtlijn vanuit de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Gebouwen die voldoen aan het ZEB-niveau gebruiken weinig energie, hebben efficiënte installaties, gebruiken geen aardgas en wekken zoveel mogelijk hun eigen energie op. De precieze eisen voor nieuwbouw en bestaande bouw worden nog uitgewerkt door het Rijk.
Kader & Uitvoering
Nieuwbouw: vanaf 2027 geldt een vergunningsplicht voor gebouwgebonden energieneutrale woningen (zie maatregel B). Deze norm wordt juridisch verankerd in het Omgevingsplan.
Bestaande bouw: we voeren een gemeentelijk verduurzamingsprogramma uit in samenwerking met woningcorporaties en woningeigenaren. Dit programma richt zich op isolatie, warmtepompen, zonnepanelen en energieadvies. Voor de sociale huursector streven we ernaar dat het corporatiebezit in 2030 gemiddeld energielabel A heeft. Waar mogelijk worden deze woningen voorzien van zonnepanelen. Vanaf januari 2029 zijn alle huurwoningen (corporatie en overig) verduurzaamt naar minimaal energielabel D. Ook bij koopwoningen zetten we in op het verduurzamen van slecht geïsoleerde woningen onder andere middels subsidies en ontzorgingstrajecten. We streven ernaar om in 2030 geen koopwoningen met een EFG-label meer te hebben in Bernheze.
Regionale koppeling: we sluiten aan bij landelijke programma’s zoals het Nationaal Isolatieprogramma en de Regionale Energiestrategie Noordoost-Brabant (energieregio). Regionaal zetten we in op ten minste 11% energiebesparing in 2030 t.o.v. 2017. Voor Bernheze betekent dit dat we de koppeling blijven maken met lokale warmteoplossingen (bijvoorbeeld collectieve warmtenetten of all-electric oplossingen).
Monitoring: Jaarlijkse rapportage over de CO₂-uitstoot van de gebouwde omgeving, percentage aardgasvrije woningen, percentage woningen met zonnepanelen en energiebesparing. Ook gaan we onderzoeken hoe we de voortgang van de isolatieopgave kunnen monitoren.
D. Circulair bouwen stimuleren
Doel:
De bouwsector verduurzamen en het gebruik van primaire grondstoffen verminderen door circulair bouwen te stimuleren. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige woningvoorraad, lagere milieubelasting en een efficiënter gebruik van materialen.
Beschrijving:
Circulair bouwen betekent dat materialen en onderdelen van gebouwen later opnieuw gebruikt kunnen worden. Bij nieuwbouwprojecten stellen we eisen aan:
het materiaalgebruik (bijv. hergebruikte of biobased materialen),
de losmaakbaarheid van constructies (bijv. schroefbaar, demontabel),
en de documentatie van toegepaste grondstoffen (bijv. via een materialenpaspoort).
Kader & Uitvoering:
Programma van eisen:
“Bij nieuwbouwprojecten op gemeentelijke gronden geldt dat minimaal 20% van de toegepaste materialen hergebruikt of biobased is. Daarnaast moet minimaal 70% van de constructie losmaakbaar zijn en wordt een materialenpaspoort aangeleverd bij oplevering.”
Monitoring:
Aantal projecten met materialenpaspoort.
Percentage circulair materiaalgebruik in nieuwbouw.
E. Innovatie klimaatadaptie
Doel:
Het stimuleren van innovatieve maatregelen voor klimaatadaptatie, waterbesparing en hittebeperking, zodat onze wijken beter bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden.
Beschrijving:
We stimuleren pilots die bijdragen aan waterbesparing, koeling en groenere wijken. Denk aan het hergebruik van regenwater voor toiletspoeling, groene daken en gevels of slimme ventilatie. Deze projecten doen we samen met woningcorporaties, bouwbedrijven en het waterschap. Ze sluiten aan bij het programma Groene Gezonde Structuren (GGS) en het Duurzaamheidsakkoord met corporaties.
Kader & Uitvoering:
Concrete acties:
In 2030 heeft minimaal 25% van de nieuwbouwprojecten ervaring met ten minste één klimaatadaptieve maatregel (zoals regenwaterhergebruik of groene daken).
Monitoring:
Aandeel nieuwbouw met klimaatadaptieve maatregelen.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.1.
Subdoel: Verduurzamen van de woningvoorraad en energietransitie versnellen
Onderdeel van Programma Volkshuisvesting 2026-2030