Op basis van analyse van de overtreding kan worden bepaald welke instrumenten het meeste effect zal hebben.
| Reden niet naleven | Verbetermogelijkheid |
| 1. Gebrekkige kennis van de regels | Gerichte voorlichting (ook in vreemde talen). Daar waar beleidsvrijheid bestaat, het zo eenvoudig mogelijk houden van het beleid of de regelgeving. Dit kan bijdragen aan betere naleving, bijvoorbeeld door uitzonderingsmogelijkheden te beperken. |
| 2. Kosten wegen niet op tegen de baten | Het instellen van een subsidie, extra heffingen of prijsregulering kunnen naleving bevorderen. Daarnaast kan worden gedacht aan het publiceren van ‘zwarte lijsten’ (van organisaties die zich niet aan de regels houden), certificering en verklaringen omtrent gedrag. |
| 3. Mate van acceptatie (begrip) | In geval van nieuw beleid/regels: betrek belangengroeperingen en invloedrijke leden van de doelgroep bij het te ontwerpen beleid. |
| 4. Normgetrouwheid van de doelgroep | Deze dimensie is zeer moeilijk door de gemeente te beïnvloeden. |
| 5. Gebrek aan informele controle/maatschappelijke controle | Voorlichting geven aan de omgeving van de doelgroep, zodat de omgeving overtredingen beter kan signaleren. Het stimuleren van zelfregulering, certificering en keurmerken verstrekt door de brancheorganisatie. |
| 6. Kans op een informele melding | Het instellen van kliklijnen en het verbeteren van de algemene bereikbaarheid van de gemeente. |
| 7. Kans op controle | Wanneer de objectieve controlekans groter is dan de subjectieve kans op controle (de doelgroep denkt dat de kans dat zij zullen worden gecontroleerd kleiner is dan de werkelijke kans op controle) is het verstandig om informatie over controlekansen in de publiciteit te brengen. Daarnaast kan de controlekans zelf verhoogd worden door meer controles uit te voeren door meer controlecapaciteit beschikbaar te stellen. Dit zal dan ook naar de doelgroep kenbaar moeten worden gemaakt. |
| 8. Kans om gesnapt te worden | Het toepassen van geavanceerde techniek, het vergelijken en uitwisselen van gegevensbestanden en een combinatie van opsporingsmethoden toepassen (administratief en fysiek). Ook hier geldt: verstrek informatie over de ‘hoge’ kans op ontdekking van de overtreding. |
| 9. Selectie | Onderzoek wie van de doelgroep een verhoogd risico heeft op overtreden, zodat de controleactiviteiten zich daar op kunnen richten. |
| 10. Kans op een sanctie | Houdt gedoogbeleid tot een minimum beperkt en houdt strak vast aan het sanctiebeleid. Verstrek informatie over de sanctie-kans. |
| 11. Hoogte van een sanctie | Het verhogen van de sanctie. Een snelle sanctieoplegging (lik-op-stuk-beleid) heeft meer invloed dan een latere sanctieoplegging. |