Dieren worden om meerdere reden door mensen gehouden, zoals huisdieren, die gezelschap en soms ondersteuning bieden. De meeste huisdieren vormen een volwaardig lid van het gezin. Daarnaast worden dieren gehouden voor vermaak of voor voedsel (landbouwdieren).
Eigenaren en houders zijn, zoals ook wij in onze uitgangspunten hanteren, in beginsel zelf verantwoordelijk voor de verzorging en het welzijn van hun dieren, zoals vastgelegd in de Wet Dieren.
Handhaving van de Wet Dieren en onderliggende regelingen en besluiten ligt primair bij andere instanties, waaronder de politie, Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) en NVWA.
‘Gemeenten kunnen een rol spelen in preventie, educatie en vroegsignalering, ter voorkoming van (onbedoeld) dierenleed.’
Huisdieren
Huisdieren kunnen ontsnappen en gaan zwerven. De zwervende dieren kunnen, in opdracht van de gemeente, in het asiel worden opgevangen. Zwerven en/of verblijven in een asiel is meestal niet bevorderlijk voor het welzijn van een huisdier. Daarnaast brengt het kosten met zich mee.
Het chippen van een huisdier maakt de zoektocht naar een eigenaar makkelijker en de kans op hereniging groter. Het chippen van honden is verplicht sinds 1 april 2013. Daarnaast is een plicht om huiskatten te chippen in voorbereiding, waarbij de rol van gemeenten nog onduidelijk is.
De chipplicht voor honden heeft bijgedragen aan het tegengaan van illegale fok en handel.
Naast dieren die ontsnappen en gaan zwerven kan het welzijn van een dier ook door leefomstandigheden bij een eigenaar negatief worden beïnvloed. In sommige gevallen gebeurt dat buiten de schuld van een eigenaar om. Bijvoorbeeld dieren van minima, waarvan de eigenaar het juiste voer, de dierenarts of andere kosten niet kan betalen. In extreme gevallen kan gebruik worden gemaakt van de bijzondere bijstand, indien de diereigenaar hiervoor in aanmerking komt.
‘Ondanks dat de verzorging van een dier primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar is kan een gemeente in deze situaties ondersteunen.’
Beleidsdoelstelling
We informeren en faciliteren eigenaren van huisdieren over goede zorg voor hun dier.
Acties
We zorgen voor goede publieksinformatie via o.a. onze website. Daarin o.a. aandacht voor toegestane huisdieren (huis/hobbydierenlijst), juiste zorg voor huisdieren en de verantwoordelijkheden die je als eigenaar hebt.
Hobbydieren
Hobbydieren zijn landbouwdieren die als hobby in kleine aantallen worden gehouden, zonder winstoogmerk. Schapen, geiten, paarden, runderen, varkens en kippen die in beperkte aantallen worden gehouden, behoren allemaal tot hobbydieren.
Nederland telt veel particulieren, schattingen lopen uiteen van vijftig- tot honderdduizend, die voor hun plezier landbouwdieren houden. Het houden van deze dieren als hobbydieren is, afhankelijk van de situatie, aan meer regels gebonden, dan het houden van een hond of een kat. Dan gaat het om regels over besmettelijke dierziekten, vervoer en goede huisvesting. Voorbeelden van dergelijke dierziekten zijn vogelgriep, varkenspest en mond-en-klauwzeer.
Net zoals bij een huisdier, is iemand die een hobbydier houdt, verantwoordelijk voor de gezondheid van het dier en moet bij het vermoeden van een ziekte een dierenarts ingeschakeld worden. Bij hobbydieren is het belangrijk dat een dierenarts of veearts vaststelt wat een dier mankeert en of dat moet worden gemeld bij de NVWA. De dierenarts weet hoe dat moet en wat de verdere stappen zijn.
Een weide met soortgenoten is meestal de beste plek voor hobbydieren, zowel uit het oogpunt van dierenwelzijn als diergezondheid. De meeste hobbydieren zijn kuddedieren en zij worden bij voorkeur met minimaal één soortgenoot gehouden.
Schuilmogelijkheden
Hobbydieren die permanent buiten staan kunnen last hebben van weersinvloeden. Daarom is het noodzakelijk dat hobbydieren ook een schuilmogelijkheid hebben; bescherming tegen weersomstandigheden zoals hitte, kou, regen en harde wind. Dit is niet alleen een belangrijk aspect van dierenwelzijn, maar ook een wettelijke verplichting, waar eigenaren aan moeten voldoen (Besluit Houders van Dieren (art. 1.6, lid 3).
In de praktijk ervaren (hobby)dierhouders soms belemmeringen bij het realiseren van goede schuilmogelijkheden, bijvoorbeeld vanwege ruimtelijke regelgeving, landschappelijke inpassing of het aanvragen van een vergunning. Tegelijkertijd wordt door klimaatverandering het belang van voldoende schaduw en beschutting steeds urgenter. Naast het bouwen schuilstallen is ook aanplant van bomen, houtwallen en hagen van belang voor beschutting en voldoende schaduw.
Als gemeente willen we, waar nodig, dierhouders beter faciliteren bij het realiseren van diervriendelijke en passende beschutting, op eigen terrein, met behoud van ruimtelijke kwaliteit.
Beleidsdoelstelling
De gemeente bevordert het welzijn van dieren die permanent buiten verblijven door het realiseren van adequate schuilmogelijkheden mogelijk te maken en actief onder de aandacht te brengen bij dierhouders.
Acties
De gemeente informeert dierhouders over de mogelijkheden en voorwaarden voor schuilplekken, via de gemeentelijke website.
We verkennen of vergunningprocedures eenvoudiger en toegankelijker ingericht kunnen worden.
We brengen goede voorbeelden onder de aandacht en stimuleren landschappelijk passende oplossingen.
Bedrijfsmatig gehouden (landbouw)dieren
Bedrijfsmatig gehouden landbouwdieren, ook wel productiedieren, zijn dieren die primair worden gehouden met een winstoogmerk, als voedselbron, voor wol of om mee te fokken.
Ook voor bedrijfsmatig gehouden dieren is onder meer de Wet Dieren van toepassing. Afhankelijk van de situatie en het dier is aanvullende wet- en regelgeving van toepassing.
Het toezicht op het welzijn van bedrijfsmatig gehouden dieren wordt uitgevoerd door de NVWA. Daarmee is het dierenwelzijn op deze bedrijven geen gemeentelijke taak.
Als gemeente hebben we wel een rol ten aanzien van bestemmingsplannen en vergunningen bij het vestigen van bedrijven met landbouwdieren. Een vergunning mag niet in strijd zijn met landelijke wetgeving, jurisprudentie en richtlijnen zoals milieuwetgeving, stanknormen en geluidshinder, zoals vastgelegd in de Omgevingswet. Beleid hierover hebben we vastgelegd in de Omgevingsvisie.
In de Omgevingsvisie hebben we ons onder meer een duurzame en diervriendelijke veehouderij ten doel gesteld. Het verbeteren van dierenwelzijn in de veehouderij is hier ook in opgenomen. Bij uitbreiding van intensieve veehouderij wordt gekeken naar het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming. Investeringen die een extra ‘ster’ van dit keurmerk opleveren en daarmee verbetering van dierenwelzijn betekenen, gelden als een maatschappelijke tegenprestatie. Hiermee stimuleren we dierenwelzijn verbeterende maatregelen.
Huiselijk geweld en dierenmishandeling
Onderzoek toont aan dat er een duidelijke samenhang bestaat tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling. Slachtoffers van huiselijk geweld – vaak vrouwen en kinderen – melden regelmatig dat ook hun huisdieren mishandeld, bedreigd of als chantagemiddel gebruikt worden door de pleger. Dit kan ertoe leiden dat slachtoffers langer in een onveilige situatie blijven, uit zorg voor hun dier.
Ook blijkt dat kinderen die opgroeien in een gewelddadige thuissituatie, zelf vaker dieren mishandelen. Dierenmishandeling kan daarmee een vroegtijdig signaal zijn van bredere problematiek, zoals huiselijk geweld, verwaarlozing of gedragsstoornissen.
De relatie tussen mensen- en dierenwelzijn vraagt om samenwerking tussen ketenpartners in het sociaal domein en de dierenhulpverlening.
“Dierenmishandeling kan als vroegtijdig signalement dienen en een belangrijke voorspeller zijn van huiselijk geweld. Dierenleed en menselijke problemen zijn niet los van elkaar te zien en het één kan het gevolg zijn van of een signaal zijn voor het ander.’’
Beleidsdoelstelling
De gemeente Buren wil de bewustwording over de relatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling vergroten en een bijdrage leveren aan een integrale benadering van signalering, preventie en hulpverlening.
Acties
Aandacht vragen en creëren voor relatie huiselijk geweld en dierenmishandeling. Dat doen we door bewustwording te vergroten, de signalering en ketenaanpak te versterken en scholing te stimuleren.