Als een inwoner bij het indienen van een aanvraag om een uitkering voor levensonderhoud niet over voldoende middelen beschikt om de periode van datum toekenning tot de eerste volledige uitbetaling van de uitkering zelf te overbruggen, kan er recht op een overbruggingsuitkering bestaan.
Hiervan kan sprake zijn in de volgende situaties:
eerste aanvraag van statushouders;
bij een plotselinge verlating waarbij de aanvrager onvoorzien achterblijft zonder financiële middelen;
na ontslag uit detentie of verlaten van een inrichting.
Voor de beoordeling van de hoogte van de overbruggingstoeslag geldt de bijstandsnorm over de periode die overbrugt dient te worden onder aftrek van de eigen middelen waarbij de bepalingen uit artikel 8 en 9 van deze beleidsregels niet van toepassing zijn.
Als er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan de bijstand als geldlening worden verstrekt.
Hoofdstuk 8
Artikel 25
Overbruggingsuitkering
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026