Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Toelichting theorie en toepassing participatie in Midden-Delfland

Onderdeel van Beleidskader Participatie Midden-Delfland 2025

Het Beleidskader Participatie Midden-Delfland 2025 beschrijft hoe meer samenwerking met inwoners kan ontstaan; hoe krijgen inwoners meer invloed op gezamenlijke vraagstukken in de fysieke en sociale leefomgeving. De gemeente betrekt inwoners en biedt mogelijkheden om de invloed van inwoners te vergroten en met hen samen te werken. Participatie kan plaatsvinden op initiatief van de gemeente, inwoners of organisaties. In dit beleidskader gebruiken we het woord ‘inwoners’ als verzamelterm voor alle betrokkenen, waaronder individuele inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en/of een combinatie hiervan. Wanneer het nodig is, is het onderscheid wel benoemd. BELANG VAN PARTICIPATIE Wij zien participatie als een manier om inwoners invloed te geven op hun leefomgeving en als een hulpmiddel om de kwaliteit van de besluitvorming te versterken. Participatie is geen doel op zich. Een betere afweging tussen belangen en oplossingen in de besluitvorming kan dan ontstaan doordat: Gebruik wordt gemaakt van plaatselijke kennis. Inwoners kennen hun eigen woonomgeving en sociale samenleving het beste. Zij signaleren (eerder) kansen en knelpunten die we als gemeente mogelijk niet kennen. Oplossingen en besluiten passen beter bij de praktijk van de maatschappelijke opgaven. Met betrokkenheid van inwoners is de kans groter dat het beleid en de uitvoering passen bij de daadwerkelijke behoeften. Besluiten worden gebaseerd op een groter draagvlak. Inwoners worden gehoord en voelen zich eerder serieus genomen. Ook bij negatieve besluiten draagt dat bij aan meer begrip en acceptatie van het besluit. Vernieuwende ideeën en oplossingen krijgen meer kans. Inbreng vanuit verschillende perspectieven en rekening houdend met elkaars belangen, kan leiden tot creatieve en efficiëntere oplossingen. Tegengestelde belangen zijn eerder bekend. Spanningen en/of zorgen komen eerder op tafel. Hier kan dan beter rekening mee worden gehouden bij de uitwerking of een uitgebreidere toelichting worden gegeven. Het vertrouwen in de samenwerking met de gemeente neemt toe. Open en goede participatie dragen bij aan een transparant Midden-Delfland; een gemeente die wil samenwerken met haar inwoners. WETTELIJK KADER PARTICIPATIE De noodzaak van participatie is ook erkend door de wetgever. Meerdere wetten bepalen dat participatie verplicht is. De wijze waarop dit wordt vormgegeven is in die wetgeving niet uitgewerkt. Dit wordt overgelaten aan de overheden, waaronder gemeenten. Met het stellen van kaders kan de gemeenteraad hierbij een vorm zoeken die aansluit bij de eigen keuzes en gemeentelijke identiteit. Algemene wettelijke kaders zijn artikel 150 Gemeentewet (participatie en uitdaagrecht) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (openbare voorbereidingsprocedure). De Omgevingswet stelt binnen het ruimtelijk domein participatie verplicht. Deze vorm van participatie is onderdeel van dit beleidskader en de Participatieverordening Midden-Delfland 2025. Binnen het Sociaal Domein is participatie opgenomen in artikel 2.1.3 Wet maatschappelijke ondersteuning 2025, 2.10 Jeugdwet en 47 Participatiewet. Die wetgeving is uitgewerkt via de samenwerking met de Adviesraad Sociaal Domein Midden-Delfland. Gelet op het specifieke karakter van cliëntparticipatie uit die wetgeving, is deze verplichting geen onderdeel van dit beleidskader. Uiteraard geldt dit ook voor de Participatiewet, die gericht is op de individuele ondersteuning van inwoners. Het inwonersinitiatief is niet uitgesloten voor de toepassing binnen het sociaal domein. In de praktijk zullen dit soort initiatieven binnen het sociaal domein minder voorgesteld worden vanuit de privacy en relatieve kwetsbaarheid van de doelgroepen. PRAKTISCH GEBRUIK VAN PARTICIPATIE Het betrekken van en samenwerken met inwoners is belangrijk, maar leidt niet altijd tot een participatieproces. Het gebruik hiervan vraagt een afweging naar nut, noodzaak en verwachte opbrengst. Als de conclusie is dat een participatieproces meerwaarde kan hebben, wordt dat meegenomen in het verdere voorbereidingsproces van de besluitvorming. Bij deze afweging is het uitgangspunt dat participatie praktisch haalbaar moet zijn en in verhouding staat tot het doel en de beschikbare middelen. Het vraagt tijd, geld en inzet van mensen. Als dit ontbreekt, wordt geen participatieproces gestart. Ook starten we geen participatie als vooraf duidelijk is dat de uitkomsten niet gebruikt kunnen worden, doordat bijvoorbeeld de marge van beïnvloeding voor de inwoner te beperkt is. Het ontbreken van beïnvloedingsmogelijkheden voor inwoners is ook de reden geweest om de trede ‘informeren’ van de participatieladder niet op te nemen in de verordening en beleid. Informeren is éénrichtingsverkeer van de gemeente naar de inwoner en is daarmee onderdeel van het communicatiebeleid. Belangrijk is om te beseffen dat de intentie van participatie niet primair bedoeld is om draagvlak te creëren. Het doel van participatie is ook niet om discussies te voorkomen of steun te krijgen. Basis van participatie is om waardevolle en soms kritische perspectieven op te halen. Door verschillende belangen te horen en participanten mee te nemen in de afwegingen, kan uiteindelijk meer draagvlak en acceptatie ontstaan. Inwonersinitiatieven zijn bij dit doel van een aanvullende meerwaarde. Participatie betekent niet: dat alle participanten hun zin krijgen of alles mogen bepalen. Verschillende belangen spelen altijd mee. We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn, en niet iedereen zal altijd tevreden zijn met het uiteindelijke besluit. Het doel is om een goed afgewogen besluit te nemen. dat altijd zoveel mogelijk invloed wordt gedeeld. De mate van invloed (participatieladder, zie artikel 4, tweede lid, onder c, van de verordening) hangt af van de inhoud en het proces. Soms is maximale invloed voor participanten niet mogelijk of wenselijk, omdat de gemeente een afweging moet maken tussen verschillende belangen. Een afweging tussen het maatschappelijk en landschappelijk belang versus het (private) inwonersbelang voor de eigen sociale en woonomgeving. dat iedereen altijd moet meedoen. Niet alle inwoners willen deelnemen, en dat is geen probleem. Het is belangrijk dat wie wél wil meedoen, de kans krijgt. Daarom wordt ook een mix van communicatiekanalen en middelen gebruikt om zoveel mogelijk inwoners en verschillende doelgroepen te bereiken. WAT IS GOEDE PARTICIPATIE? Een onjuiste toepassing van het middel participatie leidt tot een tegengesteld effect van wat we willen bereiken. Vragen daarbij zijn wanneer is het proces geslaagd en wat is voor Midden-Delfland goede participatie. Het antwoord op deze vragen verschilt per persoon. Sommigen vinden dat inwoners overal bij betrokken moeten worden, terwijl anderen vinden dat de gemeente veel zelfstandig moet regelen. Hier is geen absoluut goed of fout in te onderscheiden. De wetgever heeft met de wijziging van artikel 150 Gemeentewet bewust geen inhoudelijke eisen gesteld. Iedere gemeente moet ‘iets’ regelen, maar over de inhoud zijn geen wettelijke eisen opgenomen. Participatie gaat over verschillende belangen, perspectieven en waarden. Dit beleidskader geeft inzicht hoe Midden-Delfland participatie beschouwt en denkt te kunnen gebruiken. Als besloten wordt participatie als aanvullend instrument voor de besluitvorming in te zetten, dan bevat de Participatieverordening Midden-Delfland 2025 algemene regels voor de toepassing. Om uniformiteit in de toepassing na te streven en het lerend vermogen maximaal te gebruiken, is voor de organisatie op basis van dit beleidskader een model participatieplan met handleiding opgesteld. De verordening, het beleidskader en de handleidingen bieden aan de inwoners duidelijkheid. Voor de gemeenteraad zijn de verordening en het beleidskader instrumenten om invulling te geven aan de kaderstellende rol. Daarnaast is het een instrument om achteraf de kwaliteit van het participatieproces te toetsen aan deze kaders. Deze toetsing staat los van het waardeoordeel over het genomen of te nemen besluit. Een goed participatieproces kan leiden tot een ongewenst besluit en een slecht participatieproces kan ook leiden tot een goed besluit. Voor de evaluatie en het lerend vermogen van de organisatie leveren beide uitkomsten leerzame ervaringen op. Dit beleidskader biedt dan ook nog geen antwoord op de vraag wat goede participatie is. Het kader geeft inzicht hoe participatie wordt ingevuld in Midden-Delfland en wat het moet gaan opleveren. Daarnaast bevat het elementen die naar onze mening bijdragen aan een betere betrokkenheid van en samenwerking met onze inwoners. Tenslotte biedt het inzicht wat de verschillende bij participatie betrokken partijen van elkaar kunnen en mogen verwachten. Participatie wordt in toenemende mate in wetgeving opgenomen. Participatie is daarmee steeds minder vrijblijvend. Voor de gemeente Midden-Delfland geldt dat participatie meer is; het mag niet worden gezien als een verplichting. Participatie is een middel dat moet bijdragen aan een maatschappelijk doel en vanuit betrokkenheid van inwoners van meerwaarde is bij de besluitvorming. De Toekomstvisie Midden-Delfland 2050, de maatschappelijke ontwikkelingen en wettelijke verplichtingen leiden tot een intensivering van het aantal participatieprocessen. Dit zorgt voor een wijziging van de werkprocessen, extra inzet bij de beleidsvoorbereiding, mogelijk hogere communicatiekosten, maar vooral een wijziging in het denken en doen. Daarom wordt in dit beleidskader gesproken over een lerend vermogen. Ervaring en leren van fouten moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van de participatieprocessen toeneemt, met als ultieme doel in de verre toekomst vast te stellen wat goede participatie wel is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel