Bij participatie is in de uitvoeringspraktijk meestal sprake van maatwerk. De startsituatie per onderwerp kan verschillen. Deze situatie doet zich al voor bij het bewust kiezen om wel of geen participatie toe te passen; is in deze specifieke situatie participatie haalbaar én is sprake van een meerwaarde. Als gekozen is om het instrument te gebruiken om bij te dragen aan het maatschappelijk doel zijn er meerdere variabelen die geïnventariseerd moeten worden op basis waarvan een concreet participatieplan gemaakt wordt. (zie ook model participatieplan Midden-Delfland).
Met het bewuster toepassen van participatie willen we bijdragen aan een betere besluitvorming. Het objectief meetbaar maken van deze doelstelling is niet mogelijk. Wij achten het participatiebeleid geslaagd als in de praktijk blijkt dat inwoners zich meer actief (kunnen) inzetten bij participatietrajecten en hun ervaringen en plaatselijke omgevingsbekendheid hebben bijgedragen aan beter inpasbare en uitvoerbare plannen.
Artikel 4 van de Participatieverordening Midden-Delfland 2025 bevat de formele procedurele regels die gevolgd moeten worden. Om alle betrokkenen vooraf inzicht en duidelijkheid te geven zijn in dit hoofdstuk de beleidsmatige en kaderstellende uitgangspunten met een korte toelichting opgenomen:
Bij de start van een proces kiezen we er bewust voor om wel óf niet het instrument van participatie te gebruiken.
Bij het gebruik maken van participatie betrekken we inwoners zo vroeg als mogelijk is bij het proces, beleid of project.
Tijdens het participatieproces zijn we transparant in keuzes en afwegingen en duidelijk over het proces.
Ons streven is om iedereen die mee wil doen, de kans hiervoor te bieden.
Bij participatie zorgen we voor een goede terugkoppeling wat wel en niet van de inbreng is overgenomen.
Wij blijven leren van praktijkervaringen en passen maatwerk toe als dat leidt tot een betere kwaliteit.
Wij ondersteunen initiatieven van inwoners.
Ad 1 Bewuste keuze voor participatie
Bij elk vraagstuk beoordelen we zorgvuldig of participatie wordt ingezet. Als sprake is van een relevante mogelijkheid, is de onderbouwde keuze hiervoor openbaar en wordt in de beslisnota vastgelegd. Deze bewuste keuze wordt gebaseerd op de volgende randvoorwaarden, die daarna worden uitgewerkt in het participatieplan:
Duidelijkheid over het doel en de ruimte voor invloed (participatieladder).
Voldoende tijd en middelen voor een zorgvuldig proces.
Bereidheid om daadwerkelijk iets te doen met inbreng van inwoners.
Een passende participatievorm bij het vraagstuk én de doelgroep(en).
Ons uitgangspunt is primair dat inwoners worden betrokken en samenwerking kan ontstaan als sprake is van een wijziging die direct van invloed is op hun eigen leefomgeving of sociale omgeving. Dit zijn vaak ook situaties waar we als gemeente eerder bereid zijn met minder invloed op de besluitvorming in te stemmen. Bij zaken van een hoger abstractieniveau en besluiten die zich specifiek richten op het hogere algemeen maatschappelijk of landschappelijk belang, dat het individuele belang verder overstijgt, wordt minder invloed afgestaan. In die situaties wordt eerder gekozen voor een lagere trede van invloed op de participatieladder of het niet toepassen van participatie. Bij deze situaties kan ook in een latere fase bij een deelproces wel sprake zijn van een vorm van participatie. Daarbij is dan bij het primaire proces geen participatie mogelijk, maar bij de uitvoering en realisatie wel.
Op basis van bovenstaande randvoorwaarden leidt beantwoording van de volgende drie vragen tot het toepassen van participatie en welke vorm:
Is participatie van toegevoegde waarde?; draagt participatie bij aan betere oplossingen, draagvlak of kwaliteit van het besluit.
Is participatie mogelijk?; is er voldoende ruimte voor invloed en zijn er in potentie haalbare opties om inwoners te betrekken en invloed te geven?
Is participatie wenselijk?; past participatie bij het vraagstuk en het maatschappelijk belang.
Ad 2 Inwoners zo vroeg mogelijk betrekken
De publieke waarde van de Cittaslow Midden-Delfland is om bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit van leven voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Participatie is een middel om dat doel te bereiken. Dit kan onder andere bereikt worden door inwoners zo vroeg mogelijk te betrekken bij een project of beleidsproces. Hierdoor worden hun ideeën, zorgen en belangen tijdig meegenomen. Deze belangen komen dan niet achteraf aan bod en dit voorkomt dat verbeterpunten niet meer verwerkt kunnen worden. Vroege betrokkenheid draagt bij aan de kwaliteit van het plan en verkleint de kans op onverwachte bezwaren in latere fasen. De vorm en het proces van participatie worden afgestemd op het specifieke project of proces.
Het vroegtijdig betrekken van inwoners leidt vaak tot een participatieparadox. Zeker in ruimtelijke gebiedsprocessen doet dit zich voor. Hoe eerder inwoners betrokken zijn (participatief ontwerpen), hoe meer kans op beïnvloeding van de oplossingsrichting. Tegelijkertijd is dan ook nog veel onduidelijk over de exacte kaders en beïnvloedingsmogelijkheden. Dit vraagt bij zwaardere onderwerpen een splitsing in verschillende participatieprocessen. Daarbij is het belangrijk duidelijk te communiceren over wat vaststaat en nog niet, welke keuzes nog volgen en wat de mate van invloed is op welke deelaspecten van het uiteindelijke besluit.
Ad 3 Transparante keuzes en duidelijk proces
We geven bij de start van een project duidelijk aan wat de vraag is die centraal staat, wat het doel van de participatie is en hoeveel invloed inwoners kunnen hebben. Zo weten deelnemers vanaf het begin of beïnvloeding mogelijk is via inspraak (raadplegen), adviseren, coproduceren of meebeslissen (treden participatieladder). We spreken dit vooraf af en leggen het goed uit, zodat er geen onduidelijke verwachtingen ontstaan. Deze vier lagen van de participatieladder hebben het volgende uitgangspunt voor de ruimte van beïnvloeding en richting gevende kwalificatie bij de besluitvorming:
Inspraak: raadplegen door inwoners actief te betrekken om meerdere perspectieven te verzamelen en te betrekken bij de besluitvorming.
Adviseren: in gesprek zijn met inwoners met daarbij de mogelijkheid tot discussie en de adviezen die daaruit voortkomen te betrekken bij de besluitvorming met motivering waarom wel of niet adviezen worden overgenomen.
Coproduceren: het actief en op gelijkwaardige wijze meebepalen en meewerken aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het vormgeven van beleid.
Meebeslissen: inwoners krijgen een directe actieve invloed op de besluitvorming, waarbij het bestuursorgaan aangeeft op bepaalde aspecten geen gebruik te maken van zijn formele beslissingsmandaat.
Deelnemers horen via welke kanalen we communiceren, zodat zij het proces kunnen volgen. We zorgen dat inwoners op tijd informatie krijgen over het onderwerp, zodat zij een mening kunnen vormen.
In het participatieplan leggen we vast welke keuzes we maken, bijvoorbeeld waarom we bij het ene project een informatieavond organiseren en bij het andere een online enquête houden. Dit zorgt voor openheid naar inwoners en helpt de gemeentelijke organisatie te leren om het participatieproces te verbeteren.
Terugkoppeling vinden we belangrijk. Na elk participatietraject ontvangen de deelnemers een helder en beknopt verslag met samenvatting van de opgehaalde ideeën. We geven altijd aan wat er met de inbreng is gedaan, welke keuzes zijn gemaakt en waarom. Vanuit het belang van goede participatie en helderheid zijn deze aspecten opgenomen in de participatieverordening en de handleiding bij het model participatieplan.
Bij voorkeur wordt deze werkwijze ook overgenomen door initiatiefnemers bij ruimtelijke processen. Dit is juridisch niet af te dwingen. In de leidraad voor beoordeling van de participatie door derden (zie hoofdstuk 4 van de verordening) is aan de wijze waarop deze uitgangspunten zijn toegepast een waardeoordeel gekoppeld. Deze beoordeling wordt dan bij het gemeentelijk besluit op de omgevingsvergunning meegewogen en wordt daarmee ook een toetsingselement in een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure.
Ad 4 Iedereen krijgt de kans mee te doen
We vinden het belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te doen aan een participatieproces. Uiteindelijk is het de keuze van inwoners zelf om wel of niet actief met de gemeente samen te werken aan een beleidsproces of project. Niet iedereen en iedere doelgroep zal actief meedoen. Vanuit het werken aan het algemeen belang neemt de gemeente ook aspecten mee in de besluitvorming die niet ingebracht zijn. Het ontbreken van niet benoemde belangen is ook onderdeel van de besluitvorming. De situatie kan zich voordoen dat voorgestelde aanpassingen niet worden overgenomen vanuit de belangen van niet betrokkenen en/of het algemeen en landschappelijk belang.
We vergroten de mogelijkheden van participatie op verschillende manieren. Wij gebruiken eenvoudige taal (programma Heldere Taal) in uitnodigingen en publicaties. Hierdoor kan het grootste deel van de inwoners begrijpen wat gewijzigd wordt en waar men invloed op kan uitoefenen. We maken bewust een keuze om digitale en fysieke participatie mogelijk te maken.
Bij het participatieproces zetten we een mix van communicatiemiddelen in. Deze mix is afhankelijk van het beleidsproces of project. Om een laagdrempelige wijze van participatie te ondersteunen is een partytent aangeschaft. Deze kan in de wijk op de locatie van een project geplaatst worden. Dit is ondersteunend aan de wens om zoveel mogelijk laagdrempelig te zijn, waarbij persoonlijke contacten en netwerken aanvullend zijn om zoveel mogelijk doelgroepen te bereiken. Middelen zijn onder andere brieven met informatie voor direct omwonenden, inloopbijeenkomsten, inzage in het gemeentehuis, social media etc. Aan de communicatiemix wordt een nieuw digitaal instrument toegevoegd. Dit houdt een aanvulling op de gemeentelijke website in. De uitbreiding van de website houdt onder meer in dat bewonersbrieven gepubliceerd worden, digitaal gereageerd kan worden (met als optie dat ook onderling gereageerd kan worden), enquêtes worden gevoerd, een burgerpanel voor gerichte vragen opgebouwd kan worden, participatieverslagen gepubliceerd kunnen worden. Tevens biedt dit platform de mogelijkheid om inwonersinitiatieven in te dienen.
Participatie door alle doelgroepen is het streven, maar blijft in de praktijk lastig. Deze paradox blijkt in de praktijk. Uit meerdere externe onderzoeken blijkt dat inwoners het belangrijk vinden invloed te hebben op hun eigen sociale en fysieke leefomgeving. Tegelijkertijd is de actieve betrokkenheid in de praktijk door meerdere oorzaken beperkt. Dat varieert van het ontbreken van tijd tot aan gelatenheid dat participatie geen nut heeft. Bij de meer abstracte onderwerpen zijn het vaak dezelfde mensen en/of maatschappelijke organisaties die meedoen. Deze betrokkenheid is positief en dient te worden behouden. Tegelijkertijd maakt dit feit het wenselijk om extra te investeren in het betrekken van andere inwoners om op die manier het vraagstuk en de oplossingsrichting vanuit meerdere perspectieven te kunnen benaderen.
Ad 5 Bij participatie zorgen we voor een goede terugkoppeling wat wel en niet van de inbreng is overgenomen
Een zorgvuldige terugkoppeling is een essentieel onderdeel van een kwalitatief goed participatieproces. Het laat zien dat de inbreng van deelnemers serieus is genomen. Deze verplichting, die ook in de verordening is vastgelegd, draagt bij aan het vergroten van transparantie en vertrouwen in het proces. Daarom wordt na afloop van een participatietraject duidelijk gecommuniceerd wat er met de opgehaalde input is gedaan: welke suggesties, zorgen of ideeën zijn meegenomen in het uiteindelijke besluit of ontwerp. Dit geldt ook voor inbreng die niet is overgenomen met een beknopte toelichting waarom die inbreng niet is overgenomen. Deze terugkoppeling kan plaatsvinden via verschillende kanalen, afhankelijk van de doelgroep en het type participatie, zoals een verslag, nieuwsbrief, website of bijeenkomst. Door dit structureel en helder te doen, erkennen we de waarde van de inbreng van inwoners tijdens het participatieproces. Dit uitgangspunt draagt bij aan het versterken de invloed en betrokkenheid bij inwoners en andere belanghebbenden.
Ad 6 Maatwerk in een lerende organisatie
We vinden het belangrijk dat we op een duidelijke en herkenbare manier keuzes maken over participatie. Zo ontstaat een heldere structuur waar inwoners op kunnen vertrouwen. Daarom werken we met een participatieplan en een vast intern model met handleiding. Deze bieden houvast bij het kiezen en uitvoeren van de juiste participatievorm. Zo worden wij als gemeente steeds beter in het organiseren van participatie, en weten inwoners en andere deelnemers beter wat ze kunnen verwachten.
Ruimte voor maatwerk
Niet elke situatie is hetzelfde en soms is een andere aanpak nodig. Maatwerk binnen participatieprocessen blijft daarom mogelijk. Belangrijk is wel dat we altijd onderbouwen en delen waarom we bepaalde keuzes maken.
Midden-Delfland werkt al langer met de participatieladder en betrekt op verschillende manieren inwoners bij beleid en projecten. In die zin is participatie niet nieuw. Met dit Beleidskader Participatie Midden-Delfland 2025 wordt een verbeterslag gemaakt om de kwaliteit en herkenbaarheid van de participatie te verhogen en op die manier toe te werken naar meer samenwerking met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. In de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 hebben onze inwoners hierom gevraagd.
Versterken van de participatie is ook wenselijk vanuit de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, versterken van de democratie e.d. Los van deze ontwikkelingen is het wenselijk hier te constateren dat bij bovenstaande keuzes vooral sprake is van een intrinsieke motivatie om tot een omslag te komen. Het betrekken van inwoners is van meerwaarde en wenselijk om tot een betere kwaliteit van beleid, besluiten en uitvoering te komen.
De omslag naar het anders werken is een lerend proces. Dat proces wordt ondersteund door dit beleidskader, verordening en ambtelijke handleidingen. In de ambtelijke organisatie stimuleren we het lerend vermogen door ervaringen en participatieverslagen met elkaar te delen. In het participatieverslag is op basis van artikel 6, tweede lid, onder d, van de verordening de verplichting opgenomen een beknopte evaluatie op te stellen.
Ad 7 Ondersteunen van initiatieven van inwoners
In bijlage 1 (ambitie 3 Toekomstvisie Midden-Delfland 2050) is de wens van de Midden-Delflander opgenomen om de vitaliteit van de eigen dorpen en het landschap vanuit eigen initiatief te versterken. Het inwonersinitiatief, als bijzondere vorm van overheidsparticipatie, is niet nieuw. Met dit beleidskader en de verordening wordt de mogelijkheid om hiervan gebruik te maken breder bekend en gereguleerd. Hierbij is het nadrukkelijk niet de bedoeling een systeem georiënteerde benadering te kiezen, maar het scheppen van duidelijkheid voor alle partijen. Gekozen is voor een aantal basisuitgangspunten om de mogelijkheid van maatwerk zo veel als mogelijk open te houden.
Voor het slagen van deze initiatieven staat de interactie tussen inwoners en medewerkers centraal. Basishouding bij inwonersinitiatieven is dan ook ‘ja-mits’ en niet ‘nee-tenzij’. Dit sluit aan op de uitgangspunten van de Dienstverleningsvisie 2023-2033 en de visie VITA Cittaslow. Het wetsvoorstel Versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht draagt bij aan de formele ondersteuning van deze werkwijze door het opnemen van een normering voor ‘het werken volgens de bedoeling’.
In de praktijk werken we al met meerdere vormen van inwonersinitiatieven. Deze variëren in de fysieke leefomgeving van de exploitatie van De Dorpshoeve en sportparken, voedselbos tot onderhoud van de openbare ruimte en geveltuintjes. Binnen het sociaal domein is vaak sprake van een combinatie van uitvoering door samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en de gemeente; in het bijzonder met Stichting Welzijn Midden-Delfland.
Consequentie van het instemmen met een inwonersinitiatief is dat een deel van de controle en verantwoordelijkheid wordt overgedragen aan de samenleving. Ook hier geldt dat sprake is van een lerend vermogen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met formele bestuursbevoegdheden op basis waarvan, ook bij overdracht, de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij het gemeentebestuur blijft. De meerwaarde van initiatieven uit de samenleving en de vaak relatief beperkte risico’s zijn voor Midden-Delfland reden om toegankelijk en benaderbaar te zijn voor deze initiatieven.
Uit contacten met de samenleving blijkt dat vooral behoefte is aan een vast contact binnen de gemeentelijke organisatie. Bij voorkeur ook per dorp. Dat geldt bij het indienen van een initiatief en bij het verder uitwerken van dit initiatief. Gezien de beperkte formatie binnen Midden-Delfland is dit vanuit de combinatie van verschillende deskundigheden moeilijk te realiseren.