Participatie heeft betrekking op de samenwerking en onderlinge verhoudingen tussen inwoners en de gemeente, inwoners onderling en de relatie tussen de gemeentelijke bestuursorganen. Alleen in onderlinge afstemming en samenwerking met elkaar komt de meerwaarde van participatie en inwonersinitiatieven beter tot haar recht. In dit hoofdstuk is een opsomming opgenomen wat ieders rol en verantwoordelijkheid hierin zijn en welke verwachtingen daarbij horen.
DE GEMEENTERAAD
De gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners van Midden-Delfland en heeft de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over veel onderwerpen. De gemeenteraad:
Controleert of de participatiekaders zoals beschreven in de participatieverordening en dit beleidskader worden uitgevoerd en nageleefd.
Agendeert bij het college wanneer behoefte is om een bepaald participatietraject actief te bespreken in de commissie- of raadsvergadering.
Blijft open staan voor de inbreng van inwoners die met participatie in beeld komen en hun inbreng serieus meeweegt in de besluitvorming.
Vooraf en achteraf transparant is over de afwegingen en keuzes die worden gemaakt over participatie en participatie-uitkomsten.
In voorkomende situaties middelen beschikbaar stelt die nodig zijn om het gewenste niveau van participatie te realiseren binnen de gemeente Midden-Delfland.
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
Het college is verantwoordelijk en aanspreekbaar voor de besluitvorming over het gebruik van participatie en het participatieproces. Het college:
Neemt de verantwoordelijkheid voor het naleven van de kaders en zorgt dat de raad tijdig over voldoende informatie beschikt om hierop toe te zien. Informatie hierover wordt in ieder geval opgenomen bij relevante beleidsprocessen en in de programmabegroting en jaarrekening.
Draagt in specifieke situaties zorg voor de uitwerking van het participatieproces als onderdeel van de voorbereiding van de besluitvorming door de gemeenteraad.
Agendeert voor de commissie- en/of raadsvergadering het participatieplan wanneer op voorhand te verwachten is dat behoefte bestaat aan betrokkenheid vanuit de raad; bijvoorbeeld bij gevoelige dossiers of onderwerpen met grote maatschappelijke impact.
Hanteert als uitgangspunt dat participatie wordt gebruikt als dit relevant en mogelijk is. Leidraad is de participatieverordening en dit beleidskader. Hierbij geldt dat niet ieder participatietraject met de commissie of gemeenteraad besproken wordt.
Faciliteert de ambtelijke organisatie in tijd (prioritering) en met middelen om participatie goed uit te voeren.
DE AMBTELIJKE ORGANISATIE
Onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college is de ambtelijke organisatie belast met de uitvoering. De ambtelijke organisatie:
Bereidt participatie goed voor en zorgt er daarbij voor dat volgens de bedoeling van samenwerking en betrokkenheid het proces vanuit de raadskaders wordt uitgevoerd.
Adviseert het college op basis van een participatieplan (zie model participatieplan Midden-Delfland met handleiding) over de eventuele meerwaarde van het gebruik van het instrument van participatie. In voorkomende situaties wordt hierbij ook geadviseerd de gemeenteraad te informeren via de maandlijst, raadsinformatiebrief of agendering in een commissie- en/of raadsvergadering.
Zorgt dat medewerkers objectief en geïnteresseerd luisteren naar verschillende belangen en perspectieven en dat zij zich inspannen om deze onderwerpen bespreekbaar te maken. Zij doen dit op basis van de ‘belofte’ uit de Dienstverleningsvisie 2023-2033: ‘In de gemeente Midden-Delfland voel jij je begrepen, geholpen, betrokken en thu is. Daar zorgen we voor door oprechte belangstelling te tonen en deskundig, gedreven en naar de bed oeling te handelen.’
INWONERS (INCLUSIEF ONDERNEMERS EN MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES)
Participatie en samenwerking bieden beïnvloedingsmogelijkheden en dragen bij aan de persoonlijke betrokkenheid bij hun eigen sociale en fysieke leefomgeving. Onze inwoners:
Zetten zich constructief in bij participatieprocessen en staan open voor een gesprek over andere meningen, opvattingen en belangen.
Gaan respectvol om met andere deelnemers, deskundigen, bestuurders en ambtenaren.
Nemen zelf het initiatief om hun mening respectvol te uiten als zij ergens bij betrokken willen worden of een inwonersinitiatief voorstellen.
Volgen het beleidskader en verordening en dienen een inwonersinitiatief in op basis van de richtlijnen uit de participatieverordening.
Denken constructief mee en zijn bij deelname bereid om hun specifieke kennis, deskundigheid en vaardigheid te delen om te komen tot betere plannen en besluitvorming.