**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een bezonningsstudie betrekken bij de afweging zoals bedoeld in artikel 3 en 4, om onevenredige aantasting van de bezonning van gevels van omliggende woningen te voorkomen, waarbij de volgende uitgangspunten gelden:
De bezonning van alle gevels met ramen van een woning wordt opgeteld, met het midden van de buitengevel op 75 cm hoogte ten opzichte van het maaiveld of 0,75 cm vanaf de onderste woonlaag, als meetpunt;
De hoofdmassa van de woningen wordt meegenomen in de bezonningsstudie, bomen, schuttingen en bijgebouwen blijven buiten beschouwing;
Alleen de bezonningssituatie van woningen die vallen binnen een afstand van 3 maal de bouwhoogte van de woning inclusief de nieuwe dakopbouw wordt in beeld gebracht en betrokken bij de afweging;
De toetsdatum in de bezonningsstudie is 21 september van zonsopgang tot zonsondergang;
Wanneer uit de bezonningsstudie blijkt dat de bezonning op gevels van omliggende woningen zoals bedoeld in sub c, door de realisatie van de dakopbouw minder dan twee bezonningsuren 21 september, weegt dit zwaar mee in de afweging of de dakopbouw aanvaardbaar is zoals bedoeld in artikel 3.
**2..** Burgemeester en wethouders wegen de belangen van woonruimteuitbreiding en stedenbouwkundige eenheid zwaarder dan die van onbelemmerde zonlichtinval op zonnepanelen.