Het college verleent medewerking aan een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het splitsen van een burgerwoning en perceel in stedelijk gebied als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
Beleidstoets
Volkshuisvestelijk belang;
De splitsing is niet in strijd met het volkshuisvestelijk belang. Dat betekent dat de nieuwe burgerwoning(en) binnen de betaalbaarheidsgrens vastgesteld door het Rijk wordt/worden gerealiseerd. Als de woning wordt gesplitst voor het behoud van een monument of beeldbepalend pand, dan geldt deze voorwaarde voor de betaalbaarheidsgrens niet.
Cultuurhistorisch belang;
De splitsing is niet in strijd met het cultuurhistorisch belang van de bebouwing of de omliggende bebouwing zoals is vastgelegd in het omgevingsplan of in het gemeentelijk erfgoedregister. Dat betekent dat de splitsing bijdraagt aan het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van de woning en de directe omgeving.
Belang voor de leefbaarheid en diversiteit van een buurt; en
De splitsing draagt bij aan de diversiteit van de opbouw van het woningbestand in de buurt; en
De splitsing draagt bij aan de leefbaarheid van een buurt. Dat betekent dat de splitsing geen sociale knelpunten in de buurt veroorzaakt.
Noodzakelijke voorwaarde
Bij de beleidstoets wordt geen afbreuk gedaan aan de belangen genoemd onder 3.1.1 sub a tot en met c (volkshuisvestelijk, cultuurhistorisch, of bijdrage aan de leefbaarheid of diversiteit van een buurt). Als dit wel het geval is, wordt niet meegewerkt aan de splitsing en vindt ook geen ruimtelijke toets of omgevingstoets plaats.
Ruimtelijke toets
Verkeer en parkeren;
De benodigde extra parkeerplaatsen worden conform Uitvoeringsregels parkeernormen Gemeente Maashorst 2023 of diens rechtsopvolger gerealiseerd;
Stedenbouwkundig;
Het splitsen van een burgerwoning of perceel draagt bij aan de stedenbouwkundige kwaliteit (hoofdopzet en straatbeeld), waarbij onder andere gekeken wordt naar aspecten als de zichtbaarheid van de woningen vanaf de openbare weg, de effecten van de nieuwe woonpercelen op aanliggende woonpercelen, de nieuw te vormen kavelbreedte, voortuindiepte, bebouwingsoppervlak en bebouwingsbreedte in verhouding tot de overige percelen in de straat. Voor een illustratie hiervan zie bijlagen 1 en 2 van deze beleidsregel;
Na splitsing heeft iedere woning een eigen toegang tot de woonruimte, een eigen keuken, badkamer, toiletruimte en buitenruimte; en
Na splitsing bedraagt het woonoppervlak van de nieuw te vormen woningen bij grondgebonden woningen en gestapelde woningen minimaal 50m2 GBO;
Milieukundig; en
Splitsing is alleen mogelijk als er geen milieukundige belemmeringen zijn (onder andere op de onderdelen geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geurhinder, spuitzones, fijnstof, elektromagnetische straling of klimaatgevolgen, waaronder vernatting en hittestress); en
Splitsing leidt niet tot beperking van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven;
Noodzakelijke voorwaarde
Bij de ruimtelijke toets moet aan alle voorwaarden onder 3.1.2 sub a tot en met c worden voldaan.
Omgevingstoets
De initiatiefnemer voert een omgevingsdialoog met (toekomstige) buren over het initiatief voor woning- en perceelsplitsing. In het verslag van de omgevingsdialoog staat dat de (toekomstige) buren zijn geïnformeerd over het plan om de woning en het perceel te splitsen, hoe zij zijn geïnformeerd, welke op-/aanmerkingen zijn gemaakt en wat daarmee is gedaan. Het college betrekt de uitkomst van de omgevingsdialoog bij het uiteindelijke besluit om planologisch mee te werken aan de splitsing.
Horizontale splitsing
In aanvulling op voorgenoemde voorwaarden gelden bij horizontale splitsing de volgende voorwaarden:
Horizontale splitsing is afweegbaar bij drive-inwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen;
Alle woningen die na splitsing ontstaan moeten voldoen aan de nieuwbouweisen uit het Bbl;
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Medewerking woning- en perceelsplitsing in stedelijk gebied
Onderdeel van Beleidsregel Beter benutten van de bestaande woningvoorraad 2026 van de gemeente Maashorst