Kenmerken individuele woningbouwDeze bestaat uit vrijstaande, gevarieerde woningen in een of twee bouwlagen met kap op eigen kavels. De straten hebben een informeel groen karakter en de karakterverschillen door de jaren heen (periode ’65 tot ’90) hebben een beperkte invloed op de openbare weg. Het groen overheerst en de architectuur van de woningen is nauwelijks zichtbaar. Na ’90 worden de kavels snel kleiner en de woningen groter, waardoor meer samenhang in architectuur nodig is. Bij de nieuwste plannen is beeldregie, soms in combinatie met meer standaardisatie, onvermijdelijk. Lichtere kleuren en uitgesproken materialen en vormen leiden tot een nieuw gezicht, dat om diezelfde reden moeilijker te wijzigen is. Iedere wijziging komt in het zicht door de ondiepe voortuinen; er is minder groen aanwezig en ook mogelijk. Doorgaande straatprofielen vragen om beheerst materiaal en kleurgebruik aan de naar de weg gekeerde zijde. Erfafscheidingen zijn net als in de ‘30er jaren wijken belangrijk.
Kenmerkenmatrix individuele woningbouw
Wegen en profiel
Planmatige buurten. Tuinddorpprofiel.
Bebouwing
Gegroeid; gevarieerd; meest landelijk. 1 en 2 lagen + kapvorm e.d. lage goten.
Stijl en detail
Eenvoudig; gevarieerd per pand.
Materiaal en kleur
Meest rustige tinten en natuurlijke materialen.
Waarden individuele woningbouwDe waardering voor deze gebieden is voor meer dan de bewoners alleen van belang. Op den duur als het groen van de tuinen goed is uitgegroeid, dan fungeren deze gebieden als parken voor de wijdere omgeving. Met name dat groene karakter wordt alom gewaardeerd.
Algemeen toetsingsniveau individuele woningbouwniveau 4 welstandsvrij
Criteriatekst individuele woningbouwDe welstandscriteria altijd hanteren in combinatie met de beschreven kenmerken. Nieuwbouw in de eigen stijl in overeenstemming met de landelijke omgeving. Wijzigingen en aan- en bijgebouwen volgens de stijl van het hoofdgebouw. Voor deze woongebieden is gevarieerd welstandsbeleid mogelijk. De invloed van de architectonische kwaliteit is beperkter naarmate de kavels groter zijn. Aan de buitenzijde van woongebieden waar deze aan waardevol landschap grenst, dient speciaal gelet te worden op de hoofdkleur en materiaal. Deze dient zich te voegen naar het landschap en in het algemeen rustig en ‘natuurlijk’ te zijn. Bij kleine plukjes woningen of in die gevallen waarbij andere dan de vrije sectorwoningen onderdeel zijn van een buurt, is de toetsing conform de omgeving aangegeven.
Criteriamatrix individuele woningbouw
Omgeving
Voor - achter: normaal / laag. Open linten; openhouden zijtuinen. Informeel groen straatprofiel; informele rooilijn! Verzorging groene voortuinen en hagen.
Maat en schaal
Nieuwbouw individueel; passend in omgeving. Aaneenbouwen vermijden. Herhaling vermijden.
Vorm en gebaar
Kap of gelijkwaardig motief! Gericht op eigen erf! Gezicht naar de straat.
Stijl en detail
Nieuwbouw passend in omgeving. Wijzigingen en toevoegingen passend bij bestaand gebouw.
Materiaal en kleur
Kleuren en materialen passend bij bestaand gebouw en omgeving.