1.. Het college beoordeelt of de belanghebbende in aanmerking komt voor budgetbeheer. Als budgetbeheer wordt opgestart gaat het college een overeenkomst aan met de belanghebbende, waarin de maximale duur van het budgetbeheer is vastgelegd.

2.. Het college beoordeelt wanneer het budgetbeheer beëindigd kan worden.

3.. Tot budgetbeheer kan worden besloten indien de schuldenlast zodanig is dat er sprake is van een (problematische) schuldsituatie en hieruit blijkt dat schuldenaar niet of tijdelijk niet in staat is zelfstandig zijn financieel beheer te voeren. Daartoe wordt het volledig beheer van de inkomsten en uitgaven van de schuldenaar middels een budgetbeheerrekening door het college van burgemeester en wethouders verzorgd gedurende de periode van schulddienstverlening. Tevens wordt getracht de problematische schuldsituatie op te lossen door schuldbemiddeling of schuldsanering.

4.. Maandelijks zal daarbij door het college aan de rekeninghouder rekening en verantwoording afgelegd worden door het toezenden van een rekeningafschrift. Het rekeningafschrift bevat een overzicht van ontvangsten op en betalingen ten laste van de budgetbeheerrekening.

5.. Het college is, als budgetbeheerder, verplicht op verzoek van de rekeninghouder inzage te geven in het verloop van de budgetbeheerrekening anders dan in het kader van de periodieke rekening en verantwoording.

6.. Het college is bevoegd een vergoeding in rekening te brengen voor de uitvoering van de werkzaamheden.

7.. Naast de algemene verplichtingen vermeld in artikel 3 en de algemene voorwaarde vermeld in artikel 4 van deze verordening, kunnen door het college aanvullende verplichtingen en voorwaarden worden opgelegd.