**1..** Na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is toegekend, stelt het college de definitieve tegemoetkoming vast op basis van:
- - de daadwerkelijk gemaakte kosten voor kinderopvang, aangetoond met facturen van de kinderopvangorganisatie over de SMI-periode;
- - het gemiddeld daadwerkelijk genoten bruto maandinkomen over de gehele SMI periode, aangetoond met loonstroken, uitkeringsspecificaties of andere documenten waaruit het bruto maandinkomen per maand blijkt. Indien voor (een deel van) de SMI-periode een jaaropgave beschikbaar is, kan deze worden gebruikt, maar een jaaropgave is niet verplicht.
**2..** De Belastingdienstsystematiek voor definitieve inkomensvaststelling (zoals via het IB60-formulier) wordt niet toegepast. Het college bepaalt het percentage van de gemeentelijke bijdrage op basis van de kinderopvangtoeslagtabel (KOT-tabel) dat hoort bij het daadwerkelijk genoten inkomen gedurende de SMI-periode.
**3..** De definitieve vaststelling vindt plaats binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde documenten.
**4..** Indien het definitieve bedrag afwijkt van het verstrekte voorschot:
- - wordt het verschil bijbetaald indien het voorschot te laag was;
- - wordt het verschil teruggevorderd indien het voorschot te hoog was.
**5..** Indien de ouder/verzorger de gevraagde documenten niet aanlevert en de definitieve vaststelling daardoor niet mogelijk is, kan het college besluiten om de tegemoetkoming ambtshalve op nihil vast te stellen en het gehele verstrekte voorschot terug te vorderen. Het college verzoekt de ouder/verzorger voorafgaand daaraan nog eenmaal om de ontbrekende stukken aan te leveren.
**6..** Het college ziet af van terugvordering van bedragen kleiner dan € 100,- omdat de kosten van terugvorderen hoger zijn dan het bedrag zelf.