1.. De indicatie op grond van sociaal-medische redenen wordt in eerste instantie toegekend voor een periode van maximaal 9 maanden.

2.. Wanneer aan het einde van deze periode blijkt dat de noodzaak voor kinderopvang nog steeds aanwezig is, kan de indicatie éénmalig worden verlengd met maximaal 9 maanden.

3.. Een verlenging wordt alleen toegekend als uit een gemotiveerde onderbouwing van een betrokken professional blijkt dat de omstandigheden die aanleiding gaven tot de sociaal-medische indicatie nog niet wezenlijk zijn verbeterd en voortzetting van de kinderopvang noodzakelijk blijft. Deze onderbouwing dient aan te sluiten op de criteria genoemd in artikel 6 en moet aantonen dat tijdelijke ontlasting via kinderopvang nog steeds noodzakelijk is.

4.. De ouder/verzorger dient een aanvraag tot verlenging minimaal vier weken vóór de einddatum van de lopende indicatie in. Bij te late indiening kan het college de continuïteit van de opvang niet garanderen.

5.. Het college beoordeelt de aanvraag op basis van de actuele situatie en de bijbehorende onderbouwing, en kan hierbij zo nodig een herbeoordeling laten uitvoeren of advies vragen aan een deskundige.

6.. De totale duur van de indicatie, inclusief verlenging, bedraagt maximaal 18 maanden.

7.. De tegemoetkoming op grond van sociaal-medische indicatie is een tijdelijke voorziening. Wanneer blijkt dat langdurige ondersteuning nodig is, kan het college de ouder/verzorger doorverwijzen naar een meer passende voorziening, zoals op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet of andere wettelijke regelingen die langdurige zorg bieden.

8.. Herindicatie zoals bedoeld in artikel 6, vijfde lid, heeft geen invloed op de maximale duur van de indicatie zoals genoemd in dit artikel en kan niet worden gebruikt als vervanging van een verlengingsverzoek. Herindicatie vindt uitsluitend plaats tijdens de lopende periode en kan leiden tot aanpassing of beëindiging van de reeds toegekende periode, maar niet tot verlenging daarvan.