1.. Het college kan de toegekende tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk beëindigen of intrekken wanneer zich omstandigheden voordoen die het recht op de tegemoetkoming doen vervallen. Dit is in ieder geval het geval wanneer:

  • - de ouder/verzorger geen of in onvoldoende mate gebruikmaakt van de toegekende kinderopvang;
  • - de ouder/verzorger en/of het kind niet langer woonachtig is in de gemeente Best;
  • - de ouder/verzorger aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 5;
  • - de sociaal-medische indicatie komt te vervallen;
  • - andere omstandigheden zich voordoen waardoor redelijkerwijs geen noodzaak meer bestaat voor de toegekende opvang.
  • - de ouder/verzorger niet voldoet aan de verplichtingen die aan de tegemoetkoming zijn verbonden op grond van deze beleidsregels.

2.. De beëindiging of intrekking vindt plaats met ingang van een door het college vast te stellen datum, waarbij het college rekening houdt met de redelijkheid en de belangen van het kind en de ouder/verzorger. Voor zover mogelijk houdt het college hierbij rekening met de gebruikelijke opzegtermijn van de kinderopvangorganisatie.

3.. De bevoegdheid tot beëindiging of intrekking op grond van dit artikel staat los van de bevoegdheid van het college om de tegemoetkoming te wijzigen of in te trekken op grond van schending van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 16.