Als er aan het einde van het subsidiejaar sprake is van een subsidieoverschot moet de niet bestede subsidie terugbetaald worden. De gemeente en de subsidieontvanger treden in dat geval in overleg om te bepalen of de reden van het niet kunnen besteden van de subsidie ertoe leidt dat het overschot gereserveerd kan worden om de activiteiten alsnog op een later moment uit te voeren. Het college beslist in het besluit tot vaststelling over hoe om te gaan met dit overschot.