Achterstallig onderhoud kan leiden tot waardeverlies, hogere toekomstige herstelkosten en een verminderde gebruiks- en veiligheidskwaliteit. Uitstel van maatregelen leidt vrijwel altijd tot hogere toekomstige herstelkosten, omdat een pand eerst moet worden teruggebracht naar het vereiste conditieniveau voordat regulier onderhoud kan worden hervat. Daarnaast ontstaan bij uitgesteld onderhoud risico’s zoals technische vervolgschade (door verdere verslechtering van bouwdelen), toename van klachtenonderhoud (meer storingen en herstelkosten) en een verminderde esthetische beleving (veroudering of verloedering, wat tot klachten kan leiden).
Om deze risico’s te beheersen, worden alle gebouwen periodiek geïnspecteerd volgens de methodiek van NEN 2767. De resultaten (conditiescores) vormen samen met het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), en op termijn het duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP), de basis voor de onderhoudsplanning en de financiële afwegingen. Na het herstellen van geconstateerde gebreken wordt het pand teruggebracht naar het gewenste conditieniveau, waarna regulier onderhoud kan worden voortgezet. Wettelijke bepalingen en veiligheidsaspecten worden hierbij nooit uitgesteld. Risico’s worden geborgd doordat:
• de technische staat systematisch in beeld wordt gebracht via NEN 2767-inspecties en MJOP-actualisaties (en op termijn DMJOP-actualisaties);
• beleidsprioriteiten, risico’s en budget jaarlijks integraal worden afgewogen in de exploitatiebegroting;
• keuzes zoveel mogelijk zó worden gemaakt dat de gebruiker van het vastgoed minimale hinder ervaart.
Zo wordt gestuurd op een toekomstbestendige balans tussen technische kwaliteit, financiële haalbaarheid en continuïteit van maatschappelijke functies, binnen de mogelijkheden van de gemeentelijke begrotingsruimte.