Wanneer een ontwikkeling maatschappelijk gewenst is maar niet vanzelf van de grond komt, kan de gemeente overwegen om de rol faciliterend met regie in te zetten.
Het gaat dan om ontwikkelingen die meer vragen: projecten die vertragen, maatschappelijke kansen die onbenut blijven of publieke belangen die onvoldoende geborgd zijn. Voor die gevallen is het wenselijk dat de gemeente de mogelijkheid heeft om meer regie te voeren of tijdelijk actiever op te treden. Voorbeelden daarvan zijn binnenstedelijke herontwikkelingen waar versnelling en samenhang met andere projecten van belang zijn, of ruimtelijke ontwikkelingen waarin maatschappelijke voorzieningen een plek moeten krijgen, zoals scholen, zorgfuncties of andere publieke voorzieningen. Ook de realisatie van warmtenetten en vergelijkbare infrastructurele initiatieven, waarbij samenwerking tussen publieke en private partijen essentieel is, kunnen aanleiding zijn om deze rol in te zetten.
Deze rol biedt de mogelijkheid om publieke doelen te borgen, het proces te versnellen en de samenhang tussen opgaven te versterken, zonder dat de gemeente zelf gronden hoeft te verwerven of grote financiële risico’s draagt.
Maar deze vorm van grondbeleid heeft wel bestuurlijke en financiële consequenties.
Het vraagt meer capaciteit, financiële middelen en het brengt een groter risicoprofiel op de ontwikkelingen met zich mee. Het kan daarom slechts bij een beperkt aantal opgaven tegelijkertijd worden toegepast.
Bij de beoordeling van een ontwikkeling kan de gemeente zich laten leiden door drie centrale vragen:
Draagt het initiatief aantoonbaar bij aan de gemeentelijke doelen?
Is realisatie zonder gemeentelijke regie niet haalbaar of te traag?
Zijn publieke belangen (kwaliteit, leefbaarheid, voorzieningen) alleen met extra inzet van de gemeente te waarborgen?
Worden deze vragen grotendeels positief beantwoord, dan ligt het voor de hand om de regierol op te pakken.
Instrumenten voor uitvoering bij faciliterend met regie
De navolgende instrumenten kunnen ingezet worden om sturing te geven, kwaliteit te borgen en tempo te houden.
Procesregie: aansturen op voortgang, integraliteit en samenwerking tussen partijen.
Kaders en programma’s: ondersteunen bij onderzoek en ontwerp, formuleren van duidelijke eisen en ambities, bijvoorbeeld voor energie, duurzaamheid of maatschappelijke voorzieningen.
Juridische borging: vastleggen van afspraken over kostenverhaal, kwaliteit en fasering in anterieure of samenwerkingsovereenkomsten.
Planologische instrumenten: inzetten van omgevingsplanwijziging of BOPA, uitsluitend als publieke doelen voldoende zijn geborgd.
Financiële randvoorwaarden bij faciliterend met regie
Ook bij faciliterend met regie blijft het volledig kostenverhaal het uitgangspunt.
Indien nodig kan de gemeente echter ook:
Macro-aftopping toepassen, door kostenverhaal te beperken tot het financieel haalbare niveau binnen het project; of
In uitzonderlijke gevallen een beperkte gemeentelijke bijdrage leveren aan de onrendabele top, maar alleen onder strikte voorwaarden:
de bijdrage is aantoonbaar noodzakelijk en proportioneel;
de ontwikkeling voldoet aan staatssteunkaders;
er is een open businesscase;
het bedrag wordt vooraf vastgesteld en contractueel geborgd;
het college neemt een afzonderlijk besluit inclusief dekkingsvoorstel.
Deze voorwaarden waarborgen dat de inzet van middelen transparant en verantwoord blijft.
Voorgesteld wordt deze intensievere rol strategisch in te zetten voor projecten die aantoonbaar maatschappelijke meerwaarde opleveren of waar gemeentelijke sturing belangrijk is om voortgang te boeken.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3.
Faciliterend grondbeleid met regie
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2026 en verder