Naar hoofdinhoud
Het onderhoudsbeleid volgens de NEN8026-methodiek is een beleidsmatig kader welke direct is gerelateerd aan de strategie van het object, zoals omschreven in paragraaf 2.3 (kernportefeuille en niet-kernportefeuille). Hierbij heeft ieder niveau eigen specifieke eisen op het gebied van bijvoorbeeld kwaliteit, duurzaamheid en veiligheid. Onderstaand overzicht bevat een beknopte opsomming van de drie onderhoudsniveaus. FIGUUR 8 ONDERHOUDSNIVEAUS NEN8026 (BRON: METAFOOR) De gemeente beschikt momenteel nog niet over een onderhoudsbeleid. De gemeente ontwikkelteen onderhoudsbeleid waarbij rekening wordt gehouden met de strategie van een object. Er kunnen vervolgens onderhoudsniveaus worden vastgesteld zodat het voor iedereen duidelijk is welke onderhoudsmaatregelen op een object van toepassing zijn. Een voorbeeld van mogelijke onderhoudsniveaus is terug te vinden in bijlage 4. De gemeente hanteert voor het onderhoud van haar vastgoed een gemiddeld onderhoudsniveau van conditie 3 op basis van de NEN 2767. Voor de niet kern-portefeuille wordt de noodzaak tot onderhoud per situatie bekeken. Het uitgangspunt is geen afbreuk en voldoen aan het wettelijk minimum. Het beheer en onderhoud wordt op dit moment niet uitbesteed, over dit vraagstuk zal nog een besluit genomen moeten worden. Bij het aanbesteden van werkzaamheden zal zoveel mogelijk gekeken worden of efficiëntieslagen behaald kunnen worden door het bundelen van werkzaamheden. Dit geldt voor zowel het project- en planmatig onderhoud, als voor het regulier onderhoud en niet-planmatig onderhoud. Bij bundeling kan bijvoorbeeld worden gedacht aan gecombineerde aanbesteding of uitvoering van liftonderhoud, schilderwerk of andere vergelijkbare werkzaamheden. De gemeente hanteert voor het onderhoud van haar vastgoed een gemiddeld onderhoudsniveau van conditie 3 op basis van de NEN 2767.

Rechtspraak bij dit artikel