Stedenbouwkundige kwaliteit
De splitsing mag geen verregaande negatieve gevolgen hebben voor de stedenbouwkundige kwaliteit van het pand en de directe omgeving.
Bij de beoordeling wordt in ieder geval gelet op:
Zichtbaarheid van de wooneenheden vanaf de openbare weg
Effecten op aanliggende percelen (privacy, daglicht, schaduwwerking)
Inpassing van eventuele nieuwe voorzieningen (bergingen, fietsparkeren)
Inrichting en kwaliteit van de buitenruimte
Aansluiting bij de karakteristiek van de omgeving
Welke gebouwen komen in aanmerking
Splitsing betreft in principe het oorspronkelijke hoofdgebouw.
Splitsing van een later gerealiseerde aan- of uitbouw is alleen mogelijk indien:
De splitsing stedenbouwkundig goed inpasbaar is; EN
Er geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit.
Indien een woning al eerder is gesplitst, wordt beoordeeld of een verdere splitsing geen negatieve gevolgen heeft voor de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van het pand en de directe omgeving.
Locatie wooneenheden
Indien mogelijk worden de wooneenheden bij splitsing gesitueerd aan de straatzijde.
Indien dit niet mogelijk is, moet worden aangetoond dat:
Alle wooneenheden voldoende zichtbaar zijn vanaf de openbare weg of openbaar toegankelijk gebied;
De privacy van omliggende woningen en erven niet onevenredig wordt aangetast.
Buitenruimte
Indien aanpassingen worden gedaan waarbij de buitenruimte wordt betrokken, wordt rekening gehouden met:
Natuurinclusiviteit (behoud of toename groen, nestelgelegenheid, waterberging)
Klimaatadaptatie (waterberging, verharding minimaliseren, hittestress tegengaan)
Toegang en ontsluiting: onderscheid particulier en woningcorporatie
Particuliere initiatiefnemers
Bij woningsplitsing van een rijtjeswoning door een particuliere initiatiefnemer wordt de splitsing inpandig gerealiseerd. Dit betekent:
De wooneenheden delen een gezamenlijke hoofdentree aan de straatzijde;
De feitelijke splitsing (scheiding tussen de wooneenheden) vindt plaats binnen het pand, bij voorkeur in de hal of op de verdieping;
Het creëren van een extra externe toegangsdeur in de gevel of zijgevel is niet toegestaan, tenzij dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is en geen afbreuk doet aan het straatbeeld.
Woningcorporaties
Bij woningsplitsing van rijtjeswoningen door een woningcorporatie is meer flexibiliteit mogelijk ten aanzien van de externe ontsluiting. Dit geldt in het bijzonder bij horizontale splitsing (boven-beneden woningen) waarbij meerdere woningen tegelijk worden gesplitst. In dat geval:
Mag per wooneenheid een eigen externe toegang worden gecreëerd indien het gaat om 2 of meer te splitsen wooneenheden in dezelfde straat, ook indien dit een nieuwe deuropening in de gevel of zijgevel vereist;
Moet de externe toegang architectonisch worden ingepast in de gevel en de omgeving, waarbij het straatbeeld niet onevenredig mag worden aangetast;
Dient de corporatie een beeldkwaliteitsplan te overleggen waaruit blijkt dat de aanpassingen aan de gevel zorgvuldig zijn ontworpen.
Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van het onderscheid onder lid 9 en 10, indien de specifieke situatie van het pand of de omgeving daartoe aanleiding geeft.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 11.
Ruimtelijke toets - Stedenbouwkundig
Onderdeel van Beleidsregels woningsplitsing gemeente Zaltbommel