Internationaal en nationaal zijn er verschillende initiatieven en beleidsplannen die zich richten op het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De Sustainable Development Goals (SDG's) bijvoorbeeld, zijn 17 doelen die in 2015 door de Verenigde Naties zijn vastgesteld. Deze doelen zijn gericht op het aanpakken van wereldwijde uitdagingen zoals armoede, ongelijkheid, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Daarnaast is er het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een overeenkomst tussen de Nederlandse overheid, provincies en gemeenten om de luchtkwaliteit in Nederland blijvend te verbeteren. Het doel is om in 2030 een gezondheidswinst van minimaal 50% te bereiken ten opzichte van 2016.

Gemeente Assen heeft zich bij de SDG’s aangesloten en zet zich actief in voor deze doelen door duurzame initiatieven te ondersteunen en te promoten. Assen neemt daarnaast deel aan het nationaal Schone Lucht Akkoord.

Europees beleid

Gemeenten moeten hun beleid afstemmen aan Europese afspraken, richtlijnen en verordeningen die gericht zijn op het beschermen van het milieu en de gezondheid van mensen. Deze stellen eisen aan luchtkwaliteit, waterbeheer, afvalwaterbehandeling, chemische stoffen en de bescherming van natuurlijke leefomgeving van dieren en planten. De belangrijkste Europese richtlijnen waaronder het milieubeleid van Assen valt zijn:

  • - Richtlijn luchtkwaliteit (EU) (2024/2881)

Deze richtlijn stelt regels om de luchtkwaliteit in Europa te verbeteren. Dit helpt om de gezondheid van mensen te beschermen en het milieu te verbeteren.

  • - Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG)

De Kaderrichtlijn Water (KRW), is een Europese richtlijn die de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater in de EU wil verbeteren en beschermen. Het doel is om een "goede staat" voor al het water te bereiken, met een deadline van 2027. Gemeenten zijn medeverantwoordelijk om de kwaliteit te verbeteren. Dit helpt om de natuur te beschermen.

  • - Richtlijn stedelijk afvalwater (EU) (2024/3019)

Deze richtlijn stelt eisen aan de behandeling van stedelijk afvalwater. Gemeenten moeten zorgen voor goede zuiveringsinstallaties om vervuild water te reinigen. Dit helpt om het milieu te beschermen tegen vervuiling. De gemeente zorgt dat het afvalwater bij de RWZI komt, het Waterschap reinigt het afvalwater.

  • - REACH-verordening (1907/2006/EG)

REACH is een Europese verordening over de productie van en handel in chemische stoffen. Het beschrijft waar bedrijven en overheden zich aan moeten houden. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen. Gemeenten moeten bedrijven helpen om veilig met chemische stoffen om te gaan. Dit helpt om de gezondheid van mensen en de natuur te beschermen tegen gevaarlijke stoffen.

  • - Habitatrichtlijn (92/43/EEG)

Deze richtlijn beschermt natuurlijke leefomgeving van dieren en planten in Europa. Dit helpt om bedreigde soorten en hun leefgebieden te beschermen.

Rijksbeleid

Op Rijksniveau is milieuwetgeving vastgelegd in verschillende wetten. De belangrijkste wetgeving betreft:

  • - Omgevingswet: de Omgevingswet wil een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving waar ontwikkeling mogelijk is zonder de kwaliteit ervan te schaden.
  • - Wet milieubeheer: De Wet milieubeheer is grotendeels in de Omgevingswet opgegaan. In de Wet milieubeheer is nog wel geregeld: stoffen, afvalstoffen, broeikasgasemissies, openbaarheid milieu-informatie en milieuaansprakelijkheid.

De uitwerking van deze wetten is geregeld in: Nationale omgevingsvisie (NOVI), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Ontwerp- programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (POMO).

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een langetermijnvisie van de Nederlandse overheid op de toekomst en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op vier belangrijke thema's: duurzaam economisch groeipotentieel, ruimte voor klimaatverandering en energietransitie, sterke en leefbare steden en regio's, en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) is een AMvB (Algemene maatregelen van bestuur) onder de Omgevingswet en bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Het Bkl richt zich op de inhoudelijke aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals waterveiligheid, luchtkwaliteit en waterkwaliteit.

De relatie tussen het Bkl en het NOVI is dat het Bkl de praktische regels en normen vastlegt die nodig zijn om de doelen en ambities van het NOVI te realiseren. Het NOVI geeft de richting aan, terwijl het Bkl de concrete uitvoering en naleving van die richtlijnen ondersteunt. Het belangrijkste verschil tussen het NOVI en het Bkl is dat de NOVI een visie is, het Bkl een set van regels. Het Bkl is concrete regels die decentrale overheden moeten toepassen in hun omgevingsplannen.

Het Ontwerp- programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (POMO). "Ontwerp POMO" staat voor ontwerp Programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet. Het is een programma dat de milieugevolgen van algemeen geldende regels in de bruidsschat van de Omgevingswet inzichtelijk maakt. Gemeenten kunnen deze informatie gebruiken bij het opstellen van hun eigen omgevingsplannen.

Provinciaal beleid

Provincies hebben belangrijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van milieuwetgeving. Ze voeren zowel landelijk beleid als eigen beleid uit en hebben de taak om te zorgen voor de naleving van milieuwetten. Dit betekent toezicht op lucht-, bodem- en waterkwaliteit, bodemsanering, en het tegengaan van verontreiniging.

Provincies bepalen ook waar steden en dorpen uitbreiden, waar bedrijventerreinen en kantorenparken worden aangelegd, en waar wegen, spoorwegen, scheepvaartverbindingen, industriegebieden, agrarische en natuurgebieden en recreatieve voorzieningen komen. Deze taken zijn vastgelegd in onder andere de Omgevingswet en Wet milieubeheer.

Daarnaast houden provincies toezicht op de waterschappen en gemeenten, en zorgen ze voor schoon zwemwater en veilige routes voor vrachtwagens met gevaarlijke stoffen. Provincies zijn verantwoordelijk voor het natuurbeleid binnen hun gebied. Dit bestaat uit het beheer en de bescherming van natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Provincies bepalen wat wel en niet mag in deze gebieden en geven vergunningen af voor activiteiten die invloed hebben op de natuur.

De provincie Drenthe heeft op 13 juli 2022de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (hierna: POV) vastgesteld. In hoofdstuk 3 staan de instructieregels voor gemeenten met onder andere de volgende onderwerpen:

  • - Landschappelijke waarden, Cultuurhistorie en werelderfgoed, Archeologie en Aardkundige waarden
  • - Stiltegebieden, Natuur en bescherming Natuurnetwerk Nederland, Nationale Parken (waaronder Nationaal Park Drentsche Aa)
  • - Ondergrond (bijv. bodemenergie) en water
  • - Agrarische bedrijven en overige agrarische activiteiten en Intensieve veehouderijen
  • - Woningbouw
  • - Regionale en lokale werklocaties
  • - Provinciale wegen, Mobiliteit
  • - Wind- en zonne-energie

Blauwdruk Milieuregels

Dit zijn voorbeeld-milieuregels voor het omgevingsplan die door de Omgevingsdienst Drenthe worden opgesteld voor gemeenten in Drenthe. Omgevingsdienst Drenthe is namens de provincie en de gemeenten verantwoordelijk voor regionale vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en de fysieke leefomgeving. Ze behandelen aanvragen voor omgevingsvergunningen, houden toezicht op naleving van milieuregels, en handhaven deze regels bij bedrijven en andere instellingen. De Omgevingsdienst heeft opdracht gekregen om milieuregels op te stellen die door alle gemeenten in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Daarmee zorgen we voor meer eenheid in milieubeleid in Drenthe. Elke gemeente moet zelf milieubeleid opstellen. Als dat gedaan is, kan voor de doorwerking naar omgevingsplan de voorbeeld-regels van de blauwdruk gebruikt worden.

Gemeentelijk beleid

Bevoegdheden

Gemeenten hebben verschillende bevoegdheden op het gebied van milieuwetgeving, voor het grootste deel geregeld door de Omgevingswet en de Wet milieubeheer. De Omgevingswet hanteert het "decentraal-tenzij-beginsel". Dit betekent dat gemeenten meestal het bevoegd gezag zijn voor milieubelastende activiteiten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het handhaven van algemene rijksregels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor milieubelastende activiteiten, zoals houtstook, industrie, binnenvaart, landbouw, mobiele werktuigen en wegverkeer. Er zijn uitzonderingen waarbij de provincie of minister bevoegd gezag is, bijvoorbeeld voor complexe bedrijven, mijnbouwwerkzaamheden, en activiteiten op zee. Daarnaast blijven bepaalde onderwerpen zoals stoffen, afvalstoffen, broeikasgasemissies, en milieuaansprakelijkheid geregeld onder de Wet milieubeheer. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het beoordelen van vergunningaanvragen, toezicht houden op naleving van milieuregels, en het nemen van maatregelen om de milieukwaliteit te verbeteren. Op het gebied van waterkwaliteit is samenwerking belangrijk. Dit omdat de bevoegdheid voor waterkwaliteitsbeheer bij de waterschappen ligt en de gemeente beperkt invloed heeft.

Omgevingsvisie Assen nog mooier (2021): Een omgevingsvisie is het strategisch document waarin een gemeente lange termijn plannen en ambities voor de fysieke leefomgeving vastlegt. De omgevingsvisie van Assen, genaamd "Assen Nog Mooier," is een lange termijnvisie dat de toekomstige ontwikkeling van de stad beschrijft. Het richt zich onder meer op het versterken van de bestaande stadsstructuur en kwaliteiten van de stad, zoals groen- en natuurstructuren, de binnenstad, cultuurhistorie, en zorg- en onderwijsvoorzieningen.

De omgevingsvisie van Assen beschrijft een gezond leefmilieu als belangrijk uitgangspunt voor de gezondheid van inwoners en biodiversiteit (hoofdstuk 2.12). Dit bestaat uit onder andere het beheersen van schadelijke uitstoot, geluid- en geurhinder, en bodemkwaliteit. Assen heeft relatief weinig overlast op het gebied van milieu, de basis is goed op orde.

Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit: Gemeenten zijn bevoegd om een omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten af te geven voor activiteiten die invloed hebben op het milieu, zoals bedrijven en bouwprojecten. Ze kunnen hierbij specifieke voorwaarden stellen om de milieukwaliteit te beschermen.

Het Bkl mengpaneel

Het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) biedt gemeenten de mogelijkheid om gebiedsgerichte regels (mede voortkomend uit het POMO) voor milieukwaliteit op te stellen. Dit betekent dat gemeenten milieudoelen kunnen vaststellen die passen bij de unieke kenmerken en behoeften van verschillende deelgebieden binnen hun grondgebied. De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. Hierin staan onder andere regels over het behoud van ruimte voor toekomstige functies, de bescherming van waterbelangen, de veiligheid en de gezondheid en van het milieu.

De mogelijkheid om lokaal milieubeleid te voeren binnen de door de wet gestelde bandbreedtes wordt ook wel de bestuurlijke afwegingsruimte genoemd, en kan worden vergeleken met een mengpaneel. Hierbij vertalen de schuifjes van het mengpaneel zich in de regels die in het omgevingsplan worden opgenomen. Dit mengpaneel stelt gemeenten in staat om de normhoogte van de verschillende milieuthema’s aan te passen binnen bepaalde grenswaarden. Dit door de grenswaarden te variëren met behulp van ‘strenger’ of ‘minder streng’. Gemeenten kunnen hun eigen doelen formuleren, die gelden voor de specifieke deelgebieden. Deze doelen bepalen de gewenste staat van de fysieke leefomgeving.

Om doelen te bereiken, kunnen gemeenten enkele milieunormen soepeler of strenger maken dan de standaardwaarden. Ze hebben daarbij niet de volledige vrijheid. Deze ruimte is uitgewerkt in het Bkl. Hieronder is de ruimte per thema toegelicht.

Afbeelding bij dit artikel

Figuur 2. Het Bkl mengpaneel (www.iplo.nl)

Lucht

De Handreiking Bkl stelt dat het mengpaneel flexibiliteit biedt in de toepassing van normen, dit betekent voor luchtkwaliteit niet dat de normen versoepeld kunnen worden. De wettelijke grenswaarden moeten altijd worden gerespecteerd en mogen niet worden overschreden. Wel kan strenger beleid worden gevoerd.

Geluid

Met de inwerkintreding van de omgevingswet is de geluidwetgeving veranderd. Dit betekent onder andere dat de Wet geluidhinder is vervallen voor bepaalde onderdelen. De manier van beoordelen en toelaten van nieuwe ontwikkelingen bij (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen is veranderd. Met de komst van de Omgevingswet staan de geluidsnormen straks voor een deel in het Omgevingsplan. Op dit moment is het Omgevingsplan nog geregeld vanuit de wet (dit noemen we “van rechtswege”) en heeft het Rijk bepaald welke geluidsnormen van toepassing zijn (de zogenaamde Bruidsschat). Deze normen sluiten aan bij het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.

De regels die gemeenten bedenken, moeten passen binnen de instructieregels van het Bkl. In bepaalde situaties kan er een versoepeling van de geluidsnormen met maximaal 5 dB worden toegestaan (bijvoorbeeld op bedrijventerreinen). Dit is mogelijk onder specifieke voorwaarden en afwegingen die zijn vastgelegd. Deze versoepeling kan bijvoorbeeld worden toegepast bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waar het niet haalbaar is om volledig aan de standaardnormen te voldoen, als er voldoende maatregelen worden genomen om geluid te beperken.

Voor scholen zijn geluidsnormen vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er moet daarbij gezorgd worden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat geluidsniveaus binnen wettelijke grenzen blijven. Het geluid inclusief stemgeluid is aanvaardbaar als het voldoet aan de standaardwaarden voor activiteiten uit het Bkl. Als niet wordt voldaan dan kan daarvan afgeweken worden.

Geur

Het Bkl mengpaneel biedt de mogelijkheid om regels voor geur in het omgevingsplan te versoepelen of strenger toe te passen. Een voorbeeld hiervan is het vastleggen van een geurcontour, de zone rondom een bron van geurhinder waar de geur merkbaar is. Hoofdregel is dat bouwen binnen geurcontouren niet is toegestaan, hoewel uitzonderingen mogelijk zijn.

Licht

Gemeenten bepalen zelf of ze regels ter voorkoming van lichthinder opnemen in het omgevingsplan. Hoewel straatverlichting, verlichting bij sportvelden en andere lichtbronnen lichthinder kunnen veroorzaken, betekent dit niet dat er altijd maatregelen tot verduistering zullen worden getroffen. Verlichting is belangrijk voor (verkeers)veiligheid. Dit vraagt een afweging tussen het beschermen van de belangen van ondernemers en de belangen van inwoners en natuur.

Gemeenten kunnen onder bepaalde voorwaarden afwijken van de standaardwaarden voor licht (dus versoepelen), als dit goed wordt gemotiveerd en de gezondheid en het welzijn van de inwoners niet in gevaar komen.

Trillingen

Voor trillingen kunnen gemeenten onder specifieke omstandigheden afwijken van de standaardwaarden. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. Zij leggen vast welke trillingen door een activiteit in trilling gevoelige ruimten van trilling gevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.

Externe veiligheid

Gemeenten mogen onder specifieke omstandigheden tijdelijk afwijken van de standaardwaarden voor externe veiligheid, als dit goed wordt onderbouwd en voldoende maatregelen worden genomen om de risico's te beperken. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij situaties waarbij een gebied in transitie is en meerdere functies tijdelijk naast elkaar bestaan.

ZZS

Voor ZZS gelden strenge normen vanwege de ernstige gezondheids- en milieueffecten van deze stoffen. Versoepeling van de regels is niet toegestaan om de veiligheid en gezondheid van de bevolking te beschermen.

Bodem

Het Bkl mengpaneel laat het toe om gebieden en locaties aan te wijzen waar bodemkwaliteit al dan niet strenger dan de wettelijke eisen zou moeten worden aangewezen. Het gaat om het definiëren van een acceptabel en wenselijk niveau voor het milieuthema bodem.

Water

Het Bkl mengpaneel biedt gemeenten de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van de standaardwaarden voor waterkwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld als specifieke maatregelen worden genomen om de impact van vervuiling te beperken en als de afwijking goed wordt onderbouwd. Het mengpaneel laat toe om gebieden en bestemmingen aan te wijzen waar de waterkwaliteit al dan niet strenger dan de wettelijke eisen zijn.