De in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven accountantscontrole van de jaarrekening is gericht op het afgeven van een oordeel over:

  • - De getrouwe weergave van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en activa en passiva;
  • - De getrouwheid van de door het college van B&W afgegeven rechtmatigheidsverantwoording;
  • - De inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken;
  • - Het rechtmatig tot stand komen van baten en lasten en balansmutaties;
  • - De overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV);
  • - De verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening.

De accountant stelt de getrouwheid van de jaarrekening vast, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording. Deze rechtmatigheidsverantwoording van het college van B&W is een onderdeel van de jaarrekening. In de controleverklaring wordt geen afzonderlijk oordeel meer gegeven over het aspect van de rechtmatigheid. Het college van B&W neemt de rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening en meer specifiek in de paragraaf Bedrijfsvoering als onderdeel van het jaarverslag. De accountant zal toetsen of de jaarrekening getrouw is en toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft.

Bij de controle zullen de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van artikel 213 lid 6 Gemeentewet, het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO), de kadernota rechtmatigheid alsmede de uitgangspunten en standpunten van de commissie BBV en de aanwijzingen en beroepsvoorschriften van het NBA, bepalend zijn voor de uit te voeren werkzaamheden.

Rechtmatigheid richt zich volgens artikel 213 lid 3b van de Gemeentewet op het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties; dat wil zeggen, in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen.

De volgende negen rechtmatigheidscriteria zijn te benoemen:

  • - Calculatiecriterium
  • - Valuteringscriterium
  • - Adresseringscriterium
  • - Volledigheidscriterium
  • - Aanvaardbaarheidscriterium
  • - Leveringscriterium
  • - Begrotingscriterium
  • - Voorwaardencriterium
  • - Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium

De eerste zes criteria vallen onder de getrouwheidsnormen waarop de accountant de accountantscontrole bij de jaarrekening inricht. Deze criteria komen niet afzonderlijk aan de orde in de rechtmatigheidsverantwoording door het college van B&W. Wel zijn deze onderdeel van de interne controlewerkzaamheden die het college van B&W uitvoert. De criteria over begroting, voorwaarden en misbruik & oneigenlijk gebruik komen expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording door het college van B&W. In hoofdstuk 6 van dit protocol zijn die drie criteria verder uitgewerkt.