**1..** De procedure voor invoering van gereguleerd parkeren start met het vaststellen van gebiedsgrenzen. Om de grenzen van een gebied te bepalen is uitgegaan van logische fysieke grenzen, zoals doorgaande wegen, water of logische verkeerscirculatie. Als een grens midden over een doorgaande weg loopt, dan is de weg aan beide zijden opgenomen in één gebied, tenzij de weg door een brede middenberm wordt gescheiden.
**2..** De praktijk leert dat bij een parkeerdruk van 90% op het maatgevende moment parkeeroverlast kan ontstaan. Automobilisten hebben dan moeite met het vinden van een parkeerplaats wat leidt tot zoekverkeer en ongewenste situaties (bijvoorbeeld parkeren op de stoep of in groenstroken). In die gevallen kan het college van B&W in gesprek gaan met belanghebbenden over de uitvoering van parkeerregulering.
**3..** Uit de analyse van parkeerdruk en parkeermotieven, in combinatie met de uitkomsten van het gesprek met de belanghebbenden in het onderzoeksgebied, volgt een voorstel aan het college voor het wel of niet invoeren van gereguleerd parkeren in het betreffende gebied.
Artikel 2:
Bepalen parkeerdruk en parkeermotieven per gebied
Onderdeel van Spelregels voor invoering parkeerregulering