In artikel 3.1.9a tweede lid van de verordening staat het afwegingskader om het probleemoplossend vermogen van de ouders te bepalen. Hieronder wordt verstaan het vermogen van de ouders om maatregelen te treffen die de hulpvraag oplossen of beperken.
Het CJG verwacht in dit kader van ouders dat zij aantoonbare inspanningen verrichten om de hulpvraag op te lossen of te beperken als de verwachting is dat deze inspanning binnen een termijn van circa drie maanden tot een beperking van de hulpvraag kan leiden. Hierbij geldt ook dat van ouders wordt verwacht dat zij adviezen van professionals opvolgen met betrekking tot welke inspanningen redelijkerwijs verwacht kunnen worden.
Ook verwacht het CJG van ouders dat zij inzichtelijk maken welke inspanningen zijn geleverd in het kader van hun probleemoplossend vermogen. Ouders kunnen hiertoe onder andere afsprakenbevestigingen, bewijzen van trainingsdeelname, verklaringen van netwerkleden of andere documenten overhandigen aan het CJG.
Alleen wanneer het probleemoplossend vermogen ondanks deze aantoonbare en redelijke inspanningen onvoldoende is om de objectieve belemmeringen geheel of gedeeltelijk weg te nemen, komt het resterende deel van de zorgbehoefte in aanmerking voor een individuele voorziening.
Conform het afwegingskader uit artikel 3.1.9a, tweede lid, in samenhang met artikel 3.1.9, derde lid, van de verordening, verwacht het CJG van ouders dat zij in het kader van de eigen kracht gebruik maken van een algemeen toegankelijke of overige voorziening indien deze:
Daadwerkelijk beschikbaar is; en
Passend en toereikend is voor de hulpvraag.
1. Daadwerkelijk beschikbaar
Bij het bepalen van de daadwerkelijke beschikbaarheid van algemeen toegankelijke of overige voorzieningen, geldt als uitgangspunt in het gemeentelijke beleid dat de jeugdige of diens ouders binnen een redelijke termijn na afronding van het onderzoek door CJG gebruik moeten kunnen maken van de voorziening. Hiermee wordt bedoeld dat de startdatum voor een dergelijke voorziening binnen een redelijke termijn beschikbaar dient te zijn. Afronding van het gebruik van een dergelijke voorziening of het zichtbaar worden van de effecten van deze voorziening kunnen later optreden.
2. Passend en toereikend
Een algemeen toegankelijke of overige voorziening is passend én toereikend als de inzet van deze voorziening doeltreffend geacht kan worden.
De doeltreffendheid wordt door het CJG beoordeeld door vast te stellen of de algemeen toegankelijke of overige voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen of verminderen van de hulpvraag. Het CJG kan dit onder andere vaststellen door deskundigenadvies in te schakelen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4.3.
Probleemoplossend vermogen
Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL