Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.1

Voormalige bedrijfswoningen

Onderdeel van Nota Ruimte voor het Landschap 2026

Voormalige bedrijfswoningen die op het moment van de start aanwezig zijn, verdienen een iets andere behandeling dan compensatiewoningen. Deze woningen zijn er immers op dat moment al en behoeven dus geen ruimtelijke inpassing meer. Deze bedrijfswoningen kunnen binnen een RvhL project wel omgezet worden naar een burgerwoning. Het leermoment uit het verleden is dat het ruimtelijk landschappelijk inpassen van compensatiewoningen en bebouwing op RvhL percelen maatwerk is en blijft. De gemeente stelt dus geen beleidsregel op voor de uitvoering op dit punt omdat elke locatie op zich ten opzichte van het achterliggende landschap uniek is. Daarbij hanteert zij als belangrijkste instrument bij de inpassing van compensatiewoningen, de Leidraad. Aan de hand daarvan maakt zij een eerste beoordeling over de mogelijke inpasbaarheid van een compensatiewoning met het oog op de ruimtelijke kwaliteit op de locatie. Tevens, doorloopt elk RvhL traject – net zoals alle initiatieven die niet in het Omgevingsplan passen – de gebruikelijke route langs adviseurs en deskundigen op het gebied van ruimte en landschap van de gemeente en haar ketenpartners. De gemeente is van plan om optimaal gebruik te maken van deze kennis en deskundigheid, in het bijzonder van de Bouwmeester en de Adviescommissie ruimtelijke ontwikkeling (ARO) en Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) van de provincie. Leermoment 1: Het ruimtelijke landschappelijk inpassen van compensatiewoningen en bebouwing op Ruimte voor het Landschap percelen is en blijft maatwerk. Optimaal gebruik maken van de deskundigheid op het gebied van landschap, ruimtelijke ontwikkeling en erfgoed, die aanwezig is binnen haar eigen organisatie en die van haar ketenpartners, in het bijzonder de provincie.

Rechtspraak bij dit artikel