In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - belanghebbende: de persoon als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet die een verzoek om individuele inkomenstoeslag indient of ten aanzien van wie het college ambtshalve beslist;
  • - bijstandsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet;
  • - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
  • - gehuwden: echtgenoten en daarmee gelijkgestelden als bedoeld in artikel 3 Participatiewet, te weten personen die een gezamenlijke huishouding voeren;
  • - inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet;
  • - inrichting:
    • - een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden;
    • - een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is;
  • - peildatum: datum waarop een persoon Individuele inkomenstoeslag aanvraagt of de datum waartegen de ambtshalve verstrekking plaatsvindt;
  • - referteperiode: periode van drie jaar (36 maanden) voorafgaand aan de peildatum;
  • - WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
  • - WSF 2000: Wet op studiefinanciering.