1.. Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor verhuizing en (woning)inrichting indien dit, gelet op de beperkingen van de cliënt, noodzakelijk is voor het bevorderen of behouden van de zelfredzaamheid of participatie en verhuizen een passend en goedkoopst-adequate alternatief vormt.

2.. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor zover de cliënt aanspraak kan maken op vergoeding van de kosten op grond van een voorliggende voorziening, verzekering of wettelijke regeling.

3.. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt indien:

  • - de verhuizing geen verband houdt met de beperkingen van de cliënt of niet noodzakelijk is voor het bereiken van het doel als bedoeld in lid 1;
  • - de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen; of
  • - de cliënt verhuist naar een semimurale of intramurale instelling.

4.. Het college regelt in nadere regels het volgende:

  • - de hoogte (of bandbreedte) van de tegemoetkoming;
  • - de wijze van uitbetaling en verantwoording;
  • - de frequentie/termijn waarbinnen opnieuw aanspraak kan bestaan;
  • - nadere voorwaarden ter voorkoming van oneigenlijk gebruik.

5.. Voor een financiële tegemoetkoming als bedoeld in dit artikel is geen bijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 17.