Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2

De last onder dwangsom

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke Handhaving Horeca Gouda 2026

De sanctie bestaat uit twee elemementen: De 'last': Dit is de verplichting die door een bestuursorgaan (zoals een gemeente of waterschap) aan de overtreder wordt opgelegd om een specifieke handeling te verrichten of juist na te laten (bijvoorbeeld het verwijderen van illegale bouw of het staken van een ongeoorloofde activiteit). De 'dwangsom': Dit is een geldbedrag dat de overtreder moet betalen aan de gemeente, tenzij binnen een gestelde begunstigingstermijn volledig aan de last wordt voldaan. De dwangsom fungeert hierdoor als een financiële prikkel, of 'stok achter de deur', om de overtreder te bewegen de regels na te leven. Een financiële prikkel in de vorm van een LOD zorgt ervoor dat de exploitant zich alsnog aan de regels gaat houden. De hoogte van de LOD is dus maatwerk en afhankelijk van de overtreding en het financiële voordeel. De dwangsom kan ineens, per tijdseenheid (bijvoorbeeld per dag of week) of per geconstateerde overtreding worden opgelegd. Er wordt ook altijd een maximumbedrag vastgesteld waarboven geen dwangsommen meer verbeuren. Tegen het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom kan de overtreder bezwaar en beroep instellen. Dit biedt de mogelijkheid om de rechtmatigheid van de last ter discussie te stellen. Wordt de last echter niet nageleefd, dan worden de dwangsommen verbeurd en kan de gemeente overgaan tot invordering. Indien een snelle beëindiging van de overtreding essentieel is, kan de burgemeester in plaats van een dwangsom ook kiezen voor een last onder bestuursdwang. De last onder dwangsom wordt opgelegd voor de duur van drie jaar.

Rechtspraak bij dit artikel