Het tweede deel van lid 2 van artikel 4 van de WMO dat luidt: “houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met (…….) alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.” Op grond van deze bepaling kan het college inkomensgrenzen stellen voor bepaalde voorzieningen bij een bepaald inkomen. Binnen de WVG werd een eigen auto boven bij een inkomen boven 1,5 keer het norminkomen al als algemeen gebruikelijk beschouwd. Ook voor individueel vervoer werd vanaf dit inkomen, met een glijdende schaal, geen tegemoetkoming verstrekt. Deze bepalingen zijn overgenomen in dit Besluit.
Als een algemeen gebruikelijk verplaatsingsmiddel wordt verstrekt met aanpassingen, komen alleen de meerkosten in verband met de beperking voor een tegemoetkoming in aanmerking. Het algemeen gebruikelijke deel wordt niet vergoed en zal door de aanvrager zelf betaald moeten worden.