Een ambtenaar die op of na 1 januari 1945 is geboren, heeft
geen recht op deelname aan een van de in dit hoofdstuk genoemde
regelingen. (Zie ook: artikel 5:6 lid 2)
**1.** Met inachtneming van het gestelde in het tweede lid, wordt de
seniorenarbeidsduur van de ambtenaar van 60 jaar en ouder, die:
een aanstelling heeft van tenminste 14,4 uur per week,
en;
een ononderbroken diensttijd heeft van tenminste tien jaren
die direct voorafgaat aan de ingangsdatum van de
vermindering van de seniorenarbeidsduur, waarbij een
onderbreking van twee maanden of minder niet als een
onderbreking wordt aangemerkt;
op verzoek van de ambtenaar dan wel op verzoek van het college, met
de helft teruggebracht met behoud van de formele arbeidsduur en
onder doorbetaling van 95% van de bezoldiging. De bezoldiging wordt
voor 95% doorbetaald tot de eerste dag van de maand volgend op die
waarin de ambtenaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt; van de
ambtenaar die bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar geen
gebruikmaakt van de FPU-regeling om uit te treden, wordt, met ingang
van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de
leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, de bezoldiging voor 50%
doorbetaald; van de ambtenaar die op of na het bereiken van de
leeftijd van 61 jaar gebruikmaakt van de FPU-regeling om
gedeeltelijk uit te treden tot een maximum van 50% van de
oorspronkelijke formele arbeidsduur, blijft de omvang van de
verminderde seniorenarbeidsduur gehandhaafd op 50%. De bezoldiging
wordt voor 50% van de bezoldiging zoals die voor hem gold voordat
hij gebruik ging maken van de FPU, doorbetaald; van de ambtenaar die
op of na het bereiken van de leeftijd van 61 jaar gebruikmaakt van
de FPU-regeling om gedeeltelijk uit te treden voor meer dan 50% van
de oorspronkelijke formele arbeidsduur, worden de formele
arbeidsduur, de seniorenarbeidsduur en de bezoldiging zoals die voor
hem golden voordat hij gebruik ging maken van de FPU, met eenzelfde
percentage aangepast. Het verzoek van de ambtenaar kan slechts
worden geweigerd indien naar het oordeel van het college sprake is
van een organisatorisch belang. De ambtenaar heeft te allen tijde
het recht op grond van hem moverende redenen het verzoek van het
college te weigeren.
**2.** Ten aanzien van de ambtenaar waarvan de seniorenarbeidsduur
reeds met een vijfde is teruggebracht ingevolge het bepaalde
in artikel 5:1, eerste lid, is het bepaalde in het eerste
lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
voor "95%" gelezen dient te worden: 82,5%. De
seniorenarbeidsduur van de ambtenaar, die reeds met een
vijfde deel is teruggebracht op grond van het bepaalde in
artikel 5:1, eerste lid, wordt tot de helft teruggebracht,
uitgaande van de omvang van de aanstelling, zoals die gold
op de dag voorafgaand aan de ingangsdatum van de
vermindering van de seniorenarbeidsduur ingevolge artikel
5:1;
Ten aanzien van de ambtenaar, waarvan de seniorenarbeidsduur
voor 1 april 1996 is teruggebracht ingevolge het bepaalde in
artikel 5:1, eerste lid, geldt dat deze ambtenaar tot 1 mei
1996 kan verzoeken om in aanmerking te komen voor de
60-jarigenregeling. Indien het verzoek tot vermindering van
de seniorenarbeidsduur is ingewilligd, wordt de doorbetaling
van de bezoldiging met ingang van 1 mei 1996 teruggebracht
tot 90%. Het bepaalde in het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor
"95%" gelezen dient te worden: 82,5%.
**3.** Onder diensttijd als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de
diensttijd als omschreven in artikel 5:1, tweede lid.
**4.** Bij de vaststelling van de feitelijke arbeidsduur per week wordt
uitgegaan van de met de helft teruggebrachte seniorenarbeidsduur per
week.
**5.** Wanneer de betrokkene inkomsten geniet of gaat genieten uit of in
verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering
krachtens de WAJONG of WAZ, of bedrijf, ter hand genomen op of na de
dag waarop de seniorenarbeidsduur met de helft is teruggebracht dan
wel schriftelijk is medegedeeld dat het verzoek tot het terugbrengen
van de seniorenarbeidsduur, bedoeld in het eerste of tweede lid, is
ingewilligd, worden die inkomsten in mindering gebracht op de door
te betalen bezoldiging over de maand waarop deze inkomsten
betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben met
dien verstande dat het percentage van de door te betalen bezoldiging
na vermindering nooit minder bedraagt dan 50. Onder inkomsten
bedoeld in de vorige volzin, wordt niet begrepen een uitkering op
grond van de FPU-regeling.
**6.** Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen
gedurend vakantie, verlof of non-activiteit onmiddellijk voor
afgaande aan de vermindering van de seniorenarbeidsduur.
**7.** Wanneer de betrokkene op of na de dag, bedoeld in het vijfde lid,
inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf, ter
hand genomen voor evenbedoelde dag, is ten aanzien van die inkomsten
of hogere inkomsten het bepaalde in het vijfde lid van
overeenkomstige toepassing. De hier bedoelde vermindering vindt
echter niet plaats, indien de inkomsten of hogere inkomsten het
gevolg zijn van algemene loonsverhogingen of indien de betrokkene
aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van
verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met
de vermindering van de werktijd.
**8.** De betrokkene doet van het ter hand nemen van arbeid of bedrijf op
of na de dag waarop de seniorenarbeidsduur is verminderd of
schriftelijk is medegedeeld dat het verzoek tot terugbrengen van de
seniorenarbeidsduur, bedoeld in het eerste of tweede lid, is
ingewilligd, terstond mededeling aan het college of aan een door het
college aan te wijzen ambtenaar. Daarbij doet hij, voor zover
mogelijk, opgave van de inkomsten die hij uit die arbeid of dat
bedrijf zal verkrijgen. Tijdelijke of blijvende wijzigingen in alle
evengenoemde bedragen geeft hij tijdig op voor het verschijnen van
de eerstvolgende bezoldigingstermijn.
**9.** Indien de in het vijfde tot en met zevende lid bedoelde bedragen
niet vooraf door de betrokkene zijn op te geven, doet hij voor het
verschijnen van elke bezoldigingstermijn opgave van hetgeen hij
sedert het ter hand nemen van de arbeid of het bedrijf dan wel
sedert de vorige opgave heeft verkregen. Brengt de aard van de
arbeid of het bedrijf, ter beoordeling van het college, mede dat de
inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, welke
echter niet langer dan een jaar mag zijn, dan geschiedt de opgave
dienovereenkomstig en wordt het bedrag van de vermindering voorlopig
vastgesteld onder voorbehoud van verrekening aan het einde van
evenbedoelde termijn.
**10.** Bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering kan van een
opgave als bedoeld in het achtste lid worden afgeweken.
**11.** Het in het zevende en achtste lid bepaalde vindt overeenkomstige
toepassing ten aanzien van arbeid of bedrijf en de inkomsten
daaruit, bedoeld in het vijfde en zesde lid.
**12.** Door het aanvaarden van de vermindering van de seniorenarbeidsduur
wordt de betrokkene geacht er in toe te stemmen, dat zij die naar
het oordeel van het college daarvoor in aanmerking komen alle voor
de uitvoering van dit artikel noodzakelijke inlichtingen geven.
**13.** Indien de betrokkene één of meerdere verplichtingen als bedoeld in
het zevende en achtste lid niet nakomt, kan het college de
doorbetaling van de bezoldiging tijdelijk of definitief op een lager
percentage stellen, met dien verstande dat het aldus vastgestelde
percentage nooit minder dan 50 kan bedragen.
**14.** Het verzoek voor het terugbrengen van de seniorenarbeidsduur moet
minimaal drie maanden voor aanvang van de vermindering worden
ingediend.