1.. Bij de beoordeling of giften in een individueel geval vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn (art. 31 lid 2 onder s van de Wet), beschouwt het college in ieder geval als verantwoord:

  • - giften in natura, voor zover de gezamenlijke waarde per kalenderjaar niet hoger is dan € 1.200;
  • - giften die specifiek zijn bestemd voor noodzakelijke medische kosten of de aflossing van probleemschulden van belanghebbende.

2.. Indien de in het eerste lid bedoelde giften gezamenlijk hoger zijn dan € 1.200 per kalenderjaar, kan het college besluiten het meerdere buiten beschouwing te laten indien deze zijn aangewend voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand had kunnen worden verstrekt.

3.. Giften in natura van charitatieve instellingen, zoals voedselbanken, kledingbanken en speelgoedbanken, worden in beginsel niet tot de middelen gerekend.

4.. Belanghebbende meldt ontvangen giften aan het college zodra het drempelbedrag als bedoeld in lid 1 onder a is bereikt of dreigt te worden overschreden."

5.. De melding kan plaatsvinden:

  • - via het wijzigingsformulier (digitaal of op papier);
  • - via het klantportaal of e-diensten;
  • - per e-mail aan de behandelend consulent;
  • - per brief gericht aan het college;
  • - tijdens een gesprek met de klantmanager, mits dit schriftelijk wordt vastgelegd;
  • - via het inkomstenformulier.

6.. Voor zover giften niet worden aangemerkt als middel in de zin van artikel 31 van de Wet, kunnen zij worden aangemerkt als vermogen indien zij worden gespaard of niet direct worden aangewend voor noodzakelijke kosten van bestaan.

7.. Voor de toepassing van deze beleidsregels worden giften toegerekend aan het kalenderjaar waarin belanghebbende feitelijk de beschikking over de gift heeft gekregen. Daarbij geldt als datum van ontvangst:

  • - bij geldgiften: de datum waarop het bedrag op de bankrekening is bijgeschreven of contant is ontvangen;
  • - bij giften in natura: de datum waarop het goed feitelijk is geleverd of de dienst is verricht.

8.. Structurele of periodieke geldgiften kunnen worden aangemerkt als inkomen voor zover deze, samen met andere giften, het drempelbedrag in lid 1 onder a overschrijden.

9.. De waarde van giften in natura wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer.