Het college maakt gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand vóór het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen wanneer sprake is van ten minste één van de volgende omstandigheden:

  • - de jongere verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015;
  • - de jongere heeft in het jaar voorafgaand aan de melding in een inrichting verbleven of opvang ontvangen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015;
  • - voor de jongere gold in het jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel als bedoeld in artikel 2.4 van de Jeugdwet;
  • - de jongere heeft een zorgbehoefte;
  • - de jongere heeft probleemschulden of schulden die naar het oordeel van het college problematisch kunnen worden indien de zoektermijn wordt toegepast;
  • - de jongere is dak- of thuisloos of er is een dreigende uitsluiting van de huidige woonvoorziening;
  • - er is sprake van een onveilige thuissituatie;
  • - de jongere beschikt niet over de nodige middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien gedurende de zoektermijn.