6a Standplaatsen met streekproducten:
Deze zijn mogelijk zonder vergunning.
De verkoop van streekproducten langs de weg, bijvoorbeeld bij de boer, een imker of particulieren wordt vaak vergeten als het over standplaatsen gaat, maar valt het wel onder de definitie van een standplaats.
Het streven is om deze standplaatsen als vergunningsvrij aan te merken, maar daarvoor is eerst een wijziging van de APV nodig. Tot die tijd worden deze standplaatsen gedoogd als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de standplaats is maximaal 3m² groot;
de standplaats bevindt zich geheel op eigen terrein;
de verkeersveiligheid komt niet in gevaar;
vanuit de standplaats worden slechts producten verkocht die op de betreffende boerderij of locatie worden verbouwd/gemaakt/gehouden.
Deze voorwaarden worden te zijner tijd ook in de APV opgenomen, waardoor geregeld wordt dat dergelijke standplaatsen die voldoen aan deze voorwaarden, rechtstreeks op grond van de APV vergunningsvrij worden.
6b Specifieke beleidsregels incidentele standplaatsen
Incidentele standplaatsen kunnen worden ingenomen (met vergunning) op alle bovenstaande locaties van de vaste standplaatsen en seizoen standplaatsen, mits voor de locatie op de betreffende dag(en) geen vergunning is verleend voor een vaste standplaats. Als het een andere locatie betreft, wordt deze locatie getoetst aan de weigeringsgronden, benoemd in artikel 2. Zijn er geen weigeringsgronden, wordt de vergunning voor de individuele standplaats verleend.
Incidentele standplaatsen mogen ook worden ingenomen (met vergunning) op andere locaties, dan de in artikel 3 genoemde locaties. Deze locaties worden wel beoordeeld aan de hand van de weigeringsgronden uit de APV. Hierbij is overwogen dat deze standplaatsen:
Meestal het algemeen belang dienen;
Een zeer tijdelijke karakter hebben;
In veel gevallen kleiner zijn dan reguliere standplaatsen, waardoor andere locaties in het kader van verkeersveiligheid mogelijk zijn;
in sommige gevallen groter zijn (unit van bevolkingsonderzoek) waardoor een andere locatie in het kader van bijvoorbeeld verkeersveiligheid noodzakelijk is.
Een vergunning voor een incidentele standplaats wordt verleend voor maximaal 12 dagen per jaar per ondernemer. Het maximum van 12 dagen per jaar is bepaald omdat bij het innemen van een standplaats op meer dagen per jaar, dit het karakter krijgt van een vaste standplaats. Aan een ondernemer wordt maximaal één vergunning per jaar verleend voor een incidentele standplaats.
Omdat deze standplaatsen het algemeen belang dienen en slechts kortstondig een standplaats innemen, wordt er geen huur voor deze standplaatsen in rekening gebracht. Leges worden overeenkomstig de legesverordening in rekening gebracht.
De incidentele standplaatsen voor non-profitorganisaties mogen tevens voor een langere periode worden ingenomen voor zover dat noodzakelijk is (bijvoorbeeld de unit van bevolkingsonderzoek).
De vergunningen voor incidentele standplaatsen worden per aanvraag in volgorde van ontvangst behandeld. Hier is geen maximumstelsel of wachtlijst van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen Valkenswaard 2026-2030