De bosvillagebieden zijn:

  • - Bosvillagebied Bergeijk, dit ligt volledig binnen de bebouwde kom;
  • - Bosvillagebied Riethoven (Walik), uitsluitend het gedeelte binnen de bebouwde kom.

Voor het kappen van bomen, dus met een stamomtrek groter dan 47 cm, diameter van 15 centimeter gemeten op 1,30 meter boven maaiveld, in een waardevol vlak en bosvillagebied, is een omgevingsvergunning nodig.

We onderscheiden twee vlakken;

  • - het vlak direct rondom de woning, waar het kappen van bomen vergunningplichtig is, maar waar deze wel wordt verleend.
  • - het vlak daarbuiten, waar het kappen van bomen vergunningplichtig is, maar waar slechts bij hoge uitzondering vergunning wordt verleend.

Ad a:

In de bosvillagebieden is het mogelijk gemaakt om te wonen in een woonbos. Hierbij is de woonfunctie (woonbestemming) aan alle zijden omsloten door de bosfunctie (bosbestemming). Om een woonbos te behouden is het belangrijk om de bomen in het bosvillagebied te beschermen. Om de woonfunctie mogelijk te kunnen maken is een belangenafweging gemaakt. Hieruit volgt dat medewerking wordt verleend aan het verwijderen van houtopstanden binnen de volgende kapvlakken:

  • - Binnen 6 meter van de voorgevel of zijgevel van de (toekomstige) woning;
  • - Binnen 15 meter van de achtergevel van de (toekomstige) woning;
  • - Binnen 2 meter van de gevel van een vrijstaand (toekomstig) bijgebouw, niet zijnde een tuinhuis of prieel;
  • - Binnen twee meter van de waterkant van een (toekomstig) zwembad.

NB: Voor verduidelijking ten aanzien van de afstanden, zie figuur 1: Afstand woning omgevingsvergunningplichtig kappen bomen in bosvillagebieden.

Figuur 1: Afstand woning omgevingsvergunningplichtig kappen bomen in bosvillagebieden

Ad b:

Met het kapvlak wordt de kruisarcering ‘Omgevingsvergunningplichtig (verlening vergunning bij hoge uitzondering)’ in Figuur 1: Afstand woning omgevingsvergunningplichtig kappen bomen in bosvillagebieden bedoeld. Uit dezelfde belangenafweging volgt dat (in beginsel) geen medewerking wordt verleend aan het verwijderen van houtopstanden buiten de onder ad a genoemde kapvlakken.

Met bovenstaande kapvlakken wordt rekening gehouden bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning overeenkomstig de criteria genoemd in Hoofdstuk 3 van dit bomenkapbeleid.

Voorbeeld

Een aanvraag omgevingsvergunning met betrekking tot een boom binnen een waardevol vlak, waarbij als onderbouwing een onveilige situatie wordt aangegeven als gevolg van een verhoogd risico op windworp binnen het kapvlak*, wordt in beginsel niet gehonoreerd. Ook niet als er sprake is van een matige conditie of er sprake is van lichte scheefstand. Het wonen in een bos brengt nu eenmaal risico’s met zich mee en er is in een dergelijke situatie bijna altijd al sprake van een verhoogd risico.

Ook indien bestaande houtopstanden het (ver-)plaatsen van een hekwerk of poort belemmeren, dient de bewoner het tracé van het hekwerk of poort op haar eigendom aan te passen. Het college zal alleen bij hoge uitzondering meewerken aan een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden van één of enkele bomen ten behoeve van het (ver-)plaatsen van een hekwerk en/of poort. En ook indien bestaande houtopstanden het wijzigen van een inrit/uitweg belemmeren, zal het college bij hoge uitzondering meewerken aan een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden.

Er kan een vergunning worden verleend voor bomen die duidelijk “onderstandig” onder andere bomen of duidelijk in de verdrukking staan én daardoor zichtbaar in conditie achteruitgaan. Dit dient aangetoond te worden door een European Tree Technician (ETT).