Een jeugdige of ouder komt, naast de mogelijkheid van verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts, in aanmerking voor een individuele voorziening van het college als het college van oordeel is dat jeugdhulp nodig is vanwege opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en een andere of overige voorziening de noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Een individuele voorziening wordt alleen verstrekt voor zover sprake is van zorg die het normale niveau van gebruikelijke zorg aantoonbaar overstijgt. Of er sprake is van gebruikelijke zorg wordt vastgesteld aan de hand van:
leeftijd en ontwikkelingsfase van de jeugdige;
normale opvoeduitdagingen;
de gebruikelijke rol- en taakverdeling in het gezin;
frequentie en duur van de handelingen;
of de handelingen meelopen in het normale patroon van het gezin;
de belastbaarheid van ouders/huisgenoten.
In bijlage 3 zijn voorbeelden opgenomen van wat wordt verstaan onder gebruikelijke zorg per leeftijdscategorie, inclusief normale opvoeduitdagingen per leeftijdscategorie.
Een andere of overige voorziening kan de noodzaak voor een individuele voorziening verminderen of wegnemen als deze:
daadwerkelijk beschikbaar is; en
passend en toereikend is voor de hulpvraag.
Is een individuele voorziening noodzakelijk, dan verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening.
Een individuele voorziening wordt alleen toegekend als de inzet doeltreffend wordt geacht: de voorziening moet wezenlijk doelgericht en passend zijn en bijdragen aan het oplossen van de hulpvraag. Bij voorkeur wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie.
Van bewezen effectieve voorzieningen is sprake als de effectiviteit in wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld en de interventie is opgenomen als erkend in:
de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;
de zorgstandaarden van de GGZ-standaarden;
de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg).
Heeft de aanvraag betrekking op kosten die al vóór de aanvraag zijn gemaakt, dan kan het college alleen een voorziening verstrekken voor zover het college de noodzaak, passendheid en gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
De voorziening kan dan in beginsel alleen zien op kosten over een periode van maximaal drie maanden vóór de aanvraag.
Verlenging van een voorziening is alleen mogelijk als uit evaluatie blijkt dat:
de beoogde resultaten nog niet zijn bereikt;
voortzetting aantoonbaar bijdraagt aan deze resultaten; en
afschalen naar een lichtere (overige) voorziening nog niet mogelijk is.
Het college biedt geen individuele jeugdhulpvoorziening voor diensten die volgens de landelijke zorgvormenlijst uitdrukkelijk zijn uitgesloten van jeugdhulp in het kader van een inperking van de reikwijdte van de Jeugdwet.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 13.
Criteria voor toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Eersel 2026