Voor het bepalen van een passende overgangstermijn is aangesloten bij het rapport ‘Terugverdientijd in de standplaatsen, een update van het SEO-rapport uit 2021’, dat in 2025 door SEO Economisch Onderzoek is herzien in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken. Dit rapport bevat een landelijke analyse van de terugverdientijd van investeringen in standplaatsen, gebaseerd op actuele cijfers over 2024. Daaruit volgt dat de gemiddelde terugverdientijd ligt tussen 8 en 11 jaar.

Het college acht dit rapport geschikt en toepasbaar als onderbouwing voor de Apeldoornse situatie. Het onderzoek is gebaseerd op landelijke, representatieve gegevens over verschillende typen standplaatsen (zowel food als non-food), uiteenlopende locaties (wijk-, centrum- en perifere locaties) en verschillende investeringsniveaus. De economische structuur van de Apeldoornse standplaatsenmarkt wijkt niet wezenlijk af van het landelijke beeld waarop het onderzoek is gebaseerd. Ook in Apeldoorn gaat het hoofdzakelijk om kleinschalige ondernemingen met investeringen in verkoopwagens, inrichting, opslag en voorraad, vergelijkbaar met de in het rapport onderzochte categorieën. Er zijn geen aanwijzingen dat de gemiddelde investeringsomvang of exploitatieopzet in Apeldoorn structureel hoger of lager ligt dan in het landelijke onderzoek is verdisconteerd. Daarmee kan Apeldoorn in redelijkheid worden geacht binnen de door SEO vastgestelde bandbreedte te vallen. Bij de bepaling van de overgangstermijn is in het SEO rapport rekening gehouden met verschillende typen standplaatsen, waaronder vaste en seizoensgebonden standplaatsen. Het SEO-onderzoek waarop deze termijnen zijn gebaseerd, omvat zowel jaarrond geëxploiteerde standplaatsen als standplaatsen met een seizoensgebonden karakter

Het SEO-rapport is bovendien opgesteld in opdracht van het Rijk met het oog op de juridische houdbaarheid van vergunningstelsels voor schaarse rechten. Het biedt daarmee een objectieve en extern gevalideerde economische onderbouwing voor de duur van overgangs- en vergunningsperioden. Door bij deze landelijke, onafhankelijke analyse aan te sluiten, wordt aangesloten bij een zorgvuldig tot stand gekomen en actueel referentiekader.

Aanvullend is er gekeken naar een recent onderzoek dat in Amsterdam uitgevoerd naar de overgangstermijn van vergunningen voor onbepaalde naar vergunningen naar bepaalde tijd specifiek voor oliebollenkramen. Daaruit is naar voren gekomen dat de overgangs- en vergunningduur van 10 jaar uitlegbaar is. We kijken specifiek naar oliebollenkramen, omdat het in deze branche gaat om forse investeringen die in een relatief beperkte tijd terugverdiend moeten worden.

Op basis hiervan heeft het college gekozen voor een overgangstermijn van 10 jaar. Deze termijn ligt binnen de door SEO vastgestelde bandbreedte van 8 tot 11 jaar en sluit aan bij de gemiddelde terugverdientijd van investeringen. Daarmee wordt standplaatshouders voldoende tijd geboden om bestaande investeringen terug te verdienen en hun bedrijfsvoering aan te passen aan het nieuwe vergunningenstelsel. Tegelijkertijd wordt de overgangsperiode niet langer vastgesteld dan economisch onderbouwd noodzakelijk is, zodat het nieuwe beleid daadwerkelijk effect krijgt en standplaatslocaties niet langer dan gerechtvaardigd aan de mededinging worden onttrokken.

Een kortere overgangstermijn zou voor een deel van de standplaatshouders het risico meebrengen dat investeringen nog niet volledig zijn terugverdiend. Een langere overgangstermijn zou daarentegen geen aanvullende economische onderbouwing kennen, nu de gemiddelde terugverdientijd volgens een onafhankelijk en actueel landelijk onderzoek binnen 8 tot 11 jaar ligt. Met een termijn van 10 jaar wordt daarom een proportionele en zorgvuldig gemotiveerde balans gevonden tussen het belang van bestaande vergunninghouders en het algemene belang van een eerlijk, transparant en juridisch houdbaar vergunningenstelsel.

De huidige standplaatshouders worden van deze overgangstermijn op de hoogte gebracht en ontvangen eenmalig een nieuwe vergunning voor bepaalde tijd met een looptijd van 10 jaar. In sommige gevallen vervalt de standplaatslocatie na afloop van deze overgangsperiode, bijvoorbeeld vanwege gewijzigde ruimtelijke of beleidsmatige inzichten. Het overgangsrecht zoals beschreven is in paragraaf 6.4 van de Beleidsregels is hierbij van toepassing.