Op grond van de Dienstenrichtlijn is het niet toegestaan om vergunningen te weigeren of te verlenen op basis van het type standplaats en/of het aangeboden assortiment (bijvoorbeeld ‘geen extra viskraam toegestaan’). Branchering mag enkel indirect een rol spelen, bijvoorbeeld bij beoordeling van de ruimtelijke complementariteit van het aanbod, mits dit onderbouwd is vanuit een ruimtelijk of maatschappelijk belang. Voldoet een aanvrager niet aan deze eisen, dan kan de vergunning worden geweigerd.