De weigeringsgronden in artikel 5:18 van de APV bieden het college de ruimte om aanvragen te toetsen aan belangen van ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid. Hieronder volgt een nadere toelichting.

  • - Strijdigheid met het omgevingsplan

    Als een aangevraagde locatie planologisch in strijd is met de bestemming, zoals vastgelegd in het omgevingsplan, dan wordt bekeken of er een omgevingsvergunning verleend kan worden voor een afwijking van het omgevingsplan. Indien dat niet mogelijk is, wordt de vergunning geweigerd. Als het wel mogelijk is, dient de aanvrager een vergunning voor afwijken van het omgevingsplan in te dienen.

  • - Redelijke eisen van welstand

    De beoordeling van de ruimtelijke inpassing vindt plaats op basis van redelijke eisen van welstand. Daarbij wordt gelet op het uiterlijk van de verkoopinrichting, de locatiekeuze, de afstemming op het straatbeeld en eventueel aanwezige monumentale of beeldbepalende elementen. In voorkomende gevallen wordt advies gevraagd aan de commissie Omgevingskwaliteit. Voldoet een aanvraag niet aan de redelijke eisen van welstand, dan kan de vergunning geweigerd.

  • - Dwingende reden van algemeen belang

    Deze weigeringsgrond maakt het mogelijk om, ter bescherming van de openbare ruimte, een kwantitatieve of gebiedsgerichte beperking op te leggen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn ter voorkoming van overconcentratie op één locatie, ter bescherming van het winkelend publiek of ter voorkoming van verkeershinder.

Voldoet een aanvrager niet aan deze eisen, dan kan de vergunning geweigerd.