De burgemeester kan op basis van deze grond tot sluiting overgaan wanneer in de woning, het lokaal of op het erf een wapen wordt aangetroffen. De openbare orde rondom de woning, het lokaal of het erf moet door de vondst van het wapen ernstig zijn verstoord, of er moet een gegronde vrees bestaan voor een dergelijke verstoring. Dat betekent dat alleen de vondst van een wapen niet genoeg is om tot sluiting over te gaan.
Hieronder wordt uiteengezet wanneer er sprake is van een wapen en wanneer er sprake is van een verstoring van de openbare orde na de vondst daarvan.
3.1.3.1Wapens, munitie en vuurwerk
Van een wapen is sprake als dat valt onder de Wet wapens en munitie. Als er alleen munitie is aangetroffen, kan er niet worden gesloten.
Illegaal vuurwerk kan in sommige gevallen als wapen als bedoeld in artikel 2 Wet wapens en munitie worden aangemerkt. Dit is het geval als het vuurwerk bestemd is voor het treffen van personen of zaken door vuur of ontploffing. Vuurwerk kan ook als wapen worden aangemerkt als, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder het wordt aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het is bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen.
3.1.3.2Het openbare ordecriterium bij de wapenvondst
De wapenvondst moet ook hebben geleid tot een openbare ordeverstoring of de ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Of daarvan in een specifiek geval sprake is, hangt af van de volgende omstandigheden:
- - of het pand bekend is binnen het criminele circuit. Hiervan is in ieder geval sprake in het geval van (aanwijzingen voor) wapenhandel;
- - of er een risico is dat er opnieuw wapens in het pand aanwezig zullen zijn;
- - het type wapen en de aard en omstandigheden waaronder het wapen is aangetroffen.
- - of sprake is van grote impact of maatschappelijke onrust door de wapenvondst;
Deze opsomming is niet cumulatief noch uitputtend.