4.2.1 Positieve gezondheid
Positieve Gezondheid betekent dat iemand zingeving ervaart en vaardigheden ontwikkeld heeft om de uitdagingen van het leven aan te kunnen. Er zijn zes dimensies waarmee men ‘gezondheid’ in kaart kan brengen. De zes dimensies of indicatoren zijn:
- - lichaamsfuncties (bijvoorbeeld: ik voel me gezond en fit),
- - mentaal welbevinden (bijvoorbeeld: ik voel me vrolijk),
- - zingeving (bijvoorbeeld: ik ken mijn plek, ik heb vertrouwen in mijn toekomst),
- - kwaliteit van leven (bijvoorbeeld: ik geniet van mijn leven),
- - meedoen (bijvoorbeeld: ik heb goed contact met andere mensen) en
- - dagelijks functioneren (bijvoorbeeld: ik kan goed voor mezelf zorgen).
Deze brede en dynamische invulling van gezondheid, met deze zes dimensies, wordt ‘Positieve Gezondheid’ genoemd. De zes dimensies zijn verwerkt in een zogenaamd spinnenwebdiagram. Het spinnenweb is bedoeld als leidraad voor een gesprek over gezondheid en welbevinden volgens de zes dimensies en de eventuele wens om iets te veranderen. Niet het oordeel van de professional(s) staat centraal, maar dat wat de perso(o)n(en) zelf belangrijk vind(t)en en waar hij of zij aan wil(len) werken.
Het concept positieve gezondheid wordt steeds meer terug gevonden in het landelijke beleid (bv Nationaal preventieplan en de regionale benadering van gezondheid, bijvoorbeeld door de GGD).
In deze nota wordt ook uitgegaan van het concept positieve gezondheid en de brede definitie van gezondheid zoals in paragraaf 4.1 benoemd.
4.2.2 Integraal
Integraal gezondheidsbeleid richt zich niet alleen op het individu, maar ook op zijn of haar omgeving. In de meeste brede zin betekent dit dat de belangrijkste sectoren binnen en buiten het volksgezondheidsdomein samenwerken aan het aspect gezondheid. Zo hebben bijvoorbeeld sportbeleid, participatiebeleid en armoedebeleid een relatie met de (psychische) gezondheidsfactoren eenzaamheid en depressie. Ook omgevingsbeleid en woonvisie hebben raakvlakken met het gezondheidsbeleid. Door bewust(er) om te gaan met deze invloed op elkaars beleidsterreinen kan soms met een kleine aanpassing van het beleid of van de uitvoering een win-win-situatie worden gecreëerd. Kortom gezondheidsbeleid maakt deel uit van het sociale domein, maar heeft ook raakvlakken met ruimtelijke ontwikkelings- en volkshuisvestingsbeleid. Wetgeving wordt ook integraler, in bijvoorbeeld de nieuwe wet inburgering wordt een maatwerkpakket per vluchteling voorgesteld dat alle leefgebieden raakt en waar ook gezondheidsaspecten deel van uit maken.
We pakken de gezondheidsvraagstukken vanuit een breed perspectief aan, waarbij we de verschillende domeinen overstijgen. Deze aanpak staat ook wel bekend als de Health in All Policies-benadering. Health in All Policies houdt in dat gezondheid in alle beleidsdomeinen wordt meegewogen. Het Rijk en gemeenten agenderen gezondheidsvraagstukken bij andere beleidsdomeinen, die proactief meedenken en bijdragen aan een oplossing.
Nota landelijkgezondheidsbeleid 2020-2024
De invloed van verschillende factoren op gezondheid
4.2.3 Extra aandacht voor kwetsbare groepen
TVK 2019 GGD Bzo
Over de hele linie geldt dat kwetsbare groepen; laagopgeleide mensen, mensen met een laag inkomen, grotere gezondheidsrisico’s lopen dan mensen met een hogere sociaaleconomische status. De kansen op goede school-, werk-, woonomstandigheden zijn groter met een goede gezondheid en omgekeerd kunnen een lage opleiding, een lage welvaart en ongunstigere levensomstandigheden er toe leiden dat mensen minder gezond zijn, meer dan de helft van de laag opgeleiden in Bergeijk ervaren een matige of slechte gezondheid,. Ook komen een ongezonde leefstijl en psychische problemen vaker voor bij kinderen met een lagere sociaaleconomische status. Daarom krijgen extra kwetsbare groepen extra aandacht in onze plannen. Hiervoor zal gebruik gemaakt worden van de gegevens van onder andere ‘Kwetsbaar Brabant. Een verdieping op de monitor Sociale Veerkracht’ van de provincie noord Brabant.
4.2.4 Burgerkracht2 Burgerkracht De toekomst van het sociaal werk in Nederland Nico de Boer en Jos van der Lans in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling Den Haag, april 2011
In de toekomstvisie van de gemeente Bergeijk is opgenomen dat we van burgers en ondernemers actief burgerschap vragen. De gemeente heeft de regierol of faciliteert. Regie is iets anders dan van boven af zaken opleggen en ook iets ander dan zelf doen en zelf uitvoeren. Regie is de beleidslijnen aangeven, de strategische doelen formuleren en op basis daarvan partners uitnodigen een bijdrage te leveren aan de realisatie Het vertrekpunt is dat mensen onderling meer kunnen betekenen voor kwetsbare burgers. En daarin valt nog een wereld te winnen. Want, zoals de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling in een aantal adviezen stelde: er valt meer winst te behalen bij een overheid die niet zozeer zelf interventies pleegt als wel de sociale omgeving activeert. Aan de andere kant kan de rol van de overheid minder inhoudelijk zijn en meer ondersteunend.
4.2.5 Flexibel
Het Beleidsplan preventieve gezondheid 2021-2025 is een flexibel beleidskader. De naam van het document zegt het al: een kader dat door de raad wordt vastgesteld, waarbinnen het college de mogelijkheid heeft om snel en flexibel in te kunnen spelen op lokale ontwikkelingen. De samenleving vraagt immers ook om een overheid die snel kan handelen en alert kan reageren op initiatieven welke vanuit inwoners tot stand komen.
Als we uitgaan van burgerkracht, zoals hierboven geschetst, dan gaan we er van uit dat men zo veel als mogelijk op eigen kracht of met behulp van anderen en/of voorliggende voorzieningen deelneemt aan de samenleving. Dit vraagt wat van de overheid, maar ook van de burger. Inwoners in Bergeijk nemen deze verantwoordelijkheid. Bergeijk is een krachtige, vitale gemeente waarbij burgers hun steentje bijdragen. Ondersteuning en facilitering door een richtinggevende gemeente is hierbij essentieel. Dit kan alleen door flexibele kaders te stellen.
Daarnaast doen zich ontwikkelingen voor zoals bijvoorbeeld de COVID-19 pandemie die en onvoorspelbaar zijn en zo ingrijpend dat de invloed op niet alleen gezondheid, maar het hele maatschappelijke en economische leven zo groot zijn, dat je daar ook als lokale overheid op in moet spelen.
Binnen de gestelde kaders moeten kansen gegrepen worden, dit vraagt om een alerte houding. Kansen die gegrepen zijn, zijn bijvoorbeeld meedoen aan Kansrijke start, meedoen aan #Kempenbranie, de acties voortkomend uit het Kempisch sport- en beweegakkoord, maar ook het tegen een gereduceerde prijs realiseren van Stuitergras.
4.2.6 Lange adem
Preventie is een kwestie van lange adem. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het Ijslands model. Het duurde 20 jaar voordat er duidelijk resultaten te zien waren.
Afname middelengebruik bij de IJslandse jeugd
Dit rijmt niet altijd met het politieke belang om in een periode van vier jaar aansprekende resultaten te realiseren. Gekoerst zal moeten worden op een goede communicatie met de politiek (raad en raadscommissies) en het continu meten van resultaten om de ingezette lijn/acties onder de ‘warme” aandacht te houden. Dit is een leerproces, dat we met name met Kempenbranie# aan het ontwikkelen zijn.
4.2.7 Nationaal, regionaal waar kan, lokaal/kerngericht waar moet
De Volwassen- en ouderenmonitor van de GGD 2016-2017 heeft voor de kernen van Bergeijk een aantal kern specifieke resultaten opgeleverd.
Bijvoorbeeld de Weebosch en Luyksgestel springen eruit wat betreft:
- - Relatief veel inwoners van Weebosch en Luyksgestel vinden het moeilijk om om hulp te vragen.
- - In beide kernen komt overgewicht het vaakste voor.
- - De meeste beperkingen door langdurige ziekte.
De inwoners van Riethoven maken zich het meest bezorgd over de invloed van hun leefomgeving op hun gezondheid. De ouderen in de kern Bergeijk voelen zich het eenzaamst. Deze (voorbeelden) van verschillen tussen de kernen betekent dat we de kernen wat betreft gezondheid verschillend moeten benaderen en voor specifieke kernen, samen met inwoners en maatschappelijke en gezondheidspartners naar oplossingen moeten zoeken.
4.2.8 Landelijk gezondheidsbeleid 2020-2024
In paragraaf 1.1 is de Nota landelijk gezondheidsbeleid 202-2024 al kort besproken. Voor de periode van de landelijke nota (2020-2024) is afgesproken om vier gezondheidsvraagstukken met voorrang aan te pakken:
- - Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving
- - Gezondheidsachterstanden verkleinen
- - Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen
- - Vitaal ouder worden
Per vraagstuk heeft het Rijk de volgende ambities:
Ad A. Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving
- - In 2024 is gezondheid een vast onderdeel van de belangenafweging in ruimtelijk beleid
- - In 2024 creëren we bij landelijke en decentrale beleidsontwikkeling meer verbinding tussen het fysieke en het sociale beleidsdomein.
Ad B. Gezondheidsachterstanden verkleinen
- - In 2024 is de levensverwachting van mensen met een lage SES toegenomen en het aantal jaren in goed ervaren gezondheid voor mensen met een lage én een hoge SES toegenomen.
- - Vanaf 2024 passen we gezondheidsbevordering via de leefomgeving met voorrang toe in wijken en buurten met gezondheidsachterstanden. Op termijn ontwikkelen we in alle wijken en buurten een leefomgeving die een gezonde leefstijl mogelijk en gemakkelijk maakt.
Ad C. Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen
- - In 2024 hebben we kennis over de aard, omvang en determinanten van mentale gezondheid bij jongeren.
- - In 2024 ervaren jeugd en jongvolwassenen minder prestatiedruk in hun leven, doordat mentale gezondheidsvaardigheden worden gestimuleerd en de fysieke en sociale leefomgeving mentale gezondheid bevorderen.
Ad D. Vitaal ouder worden
- - In 2024 voelen relatief meer ouderen zich vitaal zodat zij (naar vermogen) kunnen blijven participeren in de samenleving.
- - In 2024 is het risico op spoedeisende hulp na een val bij ouderen afgenomen.
- - In 2024 hebben alle gemeenten een leefomgeving gecreëerd die ouderen verleidt tot een gezonde leefstijl.