Uit oogpunt van doelmatig beheer van afvalstoffen en lucht- en bodemkwaliteit worden de volgende voorschriften aan de vergunning verbonden:
- - Er mag alleen ingezameld en afgegeven (schoon) snoeiafval worden verbrand;
- - Een paasvuur heeft een maximale omvang van 1.000 m³;
- - Op de dag van ontbranding mogen er geen bijzondere, lokale omstandigheden zijn die de bestaande luchtkwaliteit al significant beïnvloeden, zoals ernstige smog of zeer dichte mist;
- - Ter voorkoming van afspoeling moet tussen het paasvuur en oppervlaktewaterlichaam een afstand van tenminste 10 meter worden aangehouden.
- - Om uitloging naar de bodem te voorkomen moeten de afgekoelde asresten binnen drie weken na het verbranden worden verwijderd en afgevoerd naar een afvalverwerkingsbedrijf of gemeentelijk afvalbrengstation.